Conditionele bijzinnen

  • Conditionele bijzinnen worden ingeleid door:
    • e„, ™an ( = e„ + ¢n ) bij Homeros en Herodotos kan ipv ¢n ook ke staan: = als, indien, wanneer.

      Een conditionele zin bestaat uit twee delen: de conditionele voorzin, met e„, die een voorwaarde of veronderstelling uitdrukt, ontkenning steeds mh, en de hoofd- of nazin, die het gevolg uidrukt van de in de voorzin vervatte voorwaarde of veronderstelling, ontkenning of mh.
  • De schrijver kan een conditionele zin voorstellen als:
  1. een werkelijkheid, reëel geval, realis: waarbij de nadruk gelegd wordt op ofwel de werkelijke vervulling ofwel de verwachting van die vervulling; dit kan met betrekking tot één feit of met betrekking tot een herhaald feit:
    1. met betrekking tot één feit:
      1. in het heden of verleden: de voorzin wordt voorgesteld volle werkelijkheid: een reëel geval:
        1. voorzin: e„ + indicativus.
        2. nazin: indicativus.
          1. voorbeelden
            1. e„ dh profrassa keleueij ... , luson.. = als je mij oprecht aanspoort ...., maak (dan) los...(Hom. Od. X, 386/7)
      2. in de toekomst: de voorzin drukt uit dat iets eventueel of onder een bepaalde voorwaarde te verwachten is, de nazin dat het gevolg dan zeker is: reëel futureel geval:
        1. voorzin: e„ + ¢n + coni. futuralis. (voorbeelden klik hier)
        2. nazin indicativus futuri.
    2. met betrekking tot een algemeen of zich herhalend feit:
      1. in het heden of de toekomst:
        1. voorzin: e„ + ¢n + coni. generalis. (voorbeelden klik hier)
        2. nazin: indicativus praesentis.
      2. in het verleden:
        1. voorzin: e„ + optat. iterativus.
          1. Ñlbiwteroj ™stin, e„ mh oƒ tuch ™pispoito = is gelukkiger, tenzij/ als niet hem het lot ten deel zou vallen (om) (Her. I, 32)
        2. nazin: indicativus historische (verleden) tijd
  2. niet-werkelijkheid, irreëel geval, irrealis:
    1. voorzin: e„ + indicativus historische tijd
    2. nazin: ¢n + indicativus historische tijd (voorbeelden klik hier):
      1. indic. imperfecti: voor het heden
      2. indic. aoristi: voor het verleden.
  3. mogelijkheid, potentieel geval, potentialis:
    1. voorzin: e„ + optativus.
    2. nazin: ¢n + optativus potentialis (voorbeelden klik hier)