CEVO minimumlijst
grieks
vereiste minimumkennis miv 2011:
functies van de genitivus

Het gebruik van de genitivus

basisbetekenis: van; van(af)

  • bijvoeglijke bepaling:
    • (possessivus) duidt de bezitter aan:
      • ¹ tou patroj o…kia = het huis van (de) vader

    • (subiectivus) duidt de handelende parsoon aan
      • ¹ mach ¹ twn stratiwtwn = de strijd van de soldaten: de soldaten verrichten dus de handeling (dus ondw = subiect)

    • (obiectivus) duidt aan op wie of wat de handeling (etc.) gericht is
      • ¹ tou teicouj poihsij = de bouw van de muur: de muur wordt dus gebouwd (dus lv. = obiect)
      • ¹ zhthsij aÙtoà = het onderzoek daarnaar
    • soms kan het beide zijn. dus alleen uit tekstverband af te leiden
      1. Ð twn polemiwn foboj =
        1. de vrees van de vijanden (dus de vijanden zijn bang)
        2. de vrees voor de vijanden (men/het ondw. is bang voor)
  • bijwoordelijke bepaling:
    • (comparationis) de genitivus wordt gebruikt om ons woordje "dan" in vergelijkingen uit te drukken:
    • (temporis) de genitivus van zelfstandige naawoorden die tijd uitdrukken gebruikt om de tijd waarbinnen of in de loop waarvan iets gebeurt uit te drukken (Let op: het tijdstip waarop wordt uitgedrukt door de dativus)
  • als aanvulling bij werkwoorden:
    • frenwn ¢nqaptetai = grijpt de gedachten aan (Med 55)
    • pauetai gown = zij houdt op met weeklagen (Med 59)
  • als aanvulling bij bijvoegelijke naamwoorden

  • in de genitivus absolutus constructie:

Niet tot de minimumkennis behoren nog:

  • partitivus:
  • separativus:
    • sou monh = alleen weg van jou, alleen zonder jou (Med 52)
    ghj ™lan = uit het land verdrijven (Med 70)
  • causae:
 

Als je het Griekse font nog niet hebt gedownload en geïnstalleerd, doe dat dan eerst hier.

GRIEKSE SYNTAXIS

  1. vormleer: deze behandelt de vormen, verbuiging en vervoeging van de verschillende woordsoorten
  2. syntaxis: deze behandelt het vormen van structuur in zinnen en van zinsverband
  3. stilistica
    1. a - c
    2. d - m
    3. n - z

Syntaxis per onderdeel

  1. Congruentie
  2. Gebruik lidwoord
  3. Functies naamvallen
    1. Nominativus
    2. Genitivus
    3. Dativus
    4. Accusativus
  4. Gebruik voorzetsels
    1. met genitivus
    2. met dativus
    3. met accusativus
    4. met gen. èn acc.
    5. met gen, dat.. èn acc
  5. Gebruik van de infinitivus
  6. Gebruik van participium
  7. Gebruik van de modi
  8. Tijd en aspect
  9. Vraagzinnen
  10. Bijzinnen
  11. Ontkenningen