het gebruik van ontkenningen in het grieks

oÙ, oÙk, oÙc = niet (gebruikt in zegzinnen)
mh = niet (gebruikt in streefzinnen)
mh + coni. = opdat niet
Het bovenstaande gebruik geldt ook voor de samenstellingen!:
oÙde, mhde = en niet, ook niet, maar niet, want niet, zelfs niet
oÙte, mhte = en niet, ook niet
oÙte .... oÙte, mhte ... mhte = noch ... noch; niet ....en niet
Twee ontkenningen bij elkaar: "dubbele ontkenning":
  • versterken elkaar als de laatste samengesteld is
    • oÙk oÙdeij = (helemaal) niemand
    • oÙdeteroj oÙden kalon o„den = geen van beiden weet (ook maar) iets (Plato Apol)
  • heffen elkaar op als de laatste enkelvoudig is
    • oÙdeij oÙk = iedereen (eig. niemand niet)
  • mh Na werkwoorden of woorden van vrezen:
    • mh = dat
      • ¢rrwdewn mh = vrezend dat (Her. I, 9)
oÙd' æj = (lett. ''maar ook zo niet''), maar toch niet