het gebruik van participia niet voorafgegaan door een lidwoord
partipia in de accusativus

Bij het vertalen van Griekse participia moet je vooral letten op enerzijds aspect van de handeling anderzijds op de gelijktijdigheid (terwijl, toen), voortijdigheid (nadat) en natijdigheid ( om te) want:

Alle participia, behalve die van het futurum, drukken in de eerste plaats het aspect uit, daarnaast drukken zij een relatieve tijd ten opzichte van het hoofdwerkwoord uit!

  • part. praes.:
    • aspect: duratief: "aan de gang"
    • relatieve tijd: meestal gelijktijdig
    • "veilige" vertaling: terwijl
  • part. aoristus:
    • aspect: punctueel: "meedelen van gebeurtenissen" denk ook aan ingressief
    • relatieve tijd: meestal voortijdig, soms ook gelijktijdig
    "veilige" vertaling: nadat
  • part. perf.:
    • aspect: ingetreden toestand of resultaat van een handeling
    • relatieve tijd: de toestand of het resultaat (eerder ingetreden) is gelijktijdig !!
    • "veilige" vertaling: terwijl, toen (ingetreden is /was)
  • part. futurum:
    • met of zonder æj betekent altijd 'om te'

Klik hier voor de VORMEN van de participia

Voorbeelden van participia zonder lidwoord in de accusativus:
  1. het ptcp staat in de accusativus zonder een lidwoord direct ervoor:
    1. acc. cum ptcp : na werkwoorden zien, horen, waarnemen, weten e.d. : vertaal het ptcp met een "dat" zien of een infinitivus, let hierbij op gelijktijdigheid of voortijdigheid en het aspect!
      1. maqein min Ñfqeisan = merken dat zij gezien is(Her. I, 9)
      2. se Ñyetai „onta = hij/zij ziet jou gaan(de) (Her. I, 9)
      3. ™porv min ™xionta = zij zag hem naar buiten gaan(de) (Her. I,10)
      4. touj æra pistouj ™ontaj = (die zij trouw zag zijn) = van wie zij zag dat ze trouw waren (Her. I,11)
      5. æra ¢nagkaihn prokeimenhn = hij zag dat de noodzaak aanwezig was/voorlag
      6. ™gnwka ... gennaiotaton kai prvotaton kai ¢riston ¢ndr Ñnta = ik heb ingezien dat hij de edelste, vriendelijkste en beste man was (Plato Phaedo)
      7. oÙk o„sq' Øbrisqeisan me kai naouj ™mouj; = weet je niet dat ik en mijn tempels geschoffeerd zijn? (Eur. Troi. 69)
      8. parascej .... poron ...bremonta = zorg ervoor dat .. de zee ... tekeergaat (Eur. Troi. 83)
    2. geen acc. cum ptcp::
      1. part. praes.: gelijktijdig: de handeling is/was aan de gang ten tijde van het hoofdwerkwoord: begin met het voegwoordje "terwijl" maak van het nomen onderwerp en vertaal het part. als persoonsvorm. Kijk eventueel daarna pas of "hoewel, omdat etc." soms beter past.
        1. ™selqousan de kai tiqeisan ta eƒmata ™qheito = hij keek <naar haar> nadat (aor!) ze binnengekomen was en terwijl ze bezig was (praes!) haar kleren neer te leggen.(Her. I,10)
        2. me ...oÙk ™qelonta = mij .....hoewel ik niet wil (Her. I,11)
        3. ™gwn ˜tarouj proŽein peuqesqai „ontaj = ik zond makkers erop uit om gaande na te vragen / te gaan en na te vragen / te gaan navragen (Hom. Od. IX, 88)
      2. part. perf..: gelijktijdig het resultaat/toestand is/was er ten tijde van het hoofdwerkwoord: begin met het voegwoordje "terwijl, toen" maak van het nomen onderwerp en vertaal het part. als persoonsvorm. Kijk eventueel daarna pas of "hoewel, omdat etc." soms beter past.

      3. part. aor.: voortijdig de handeling is/was afgelopen/voltooid ten tijde van het hoofdwerkwoord: begin met het voegwoordje "nadat" maak van het nomen onderwerp en vertaal het part. als persoonsvorm Kijk eventueel daarna pas of "hoewel, omdat etc." soms beter past.
        1. (me) lusasan ™cqran = (dat ik) nadat ik de haat heb losgemaakt/laten varen (Eur. Troi. 50)
        2. ™selqousan de kai tiqeisan ta eƒmata ™qheito = hij keek <naar haar> nadat (aor!) ze binnengekomen was en terwijl ze bezig was (praes!) haar kleren neer te leggen. (Her. I,10)
        3. (me) lusasan ™cqran = (dat ik) nadat ik de haat heb losgemaakt/laten varen (Eur. Troi. 50)