CEVO minimumlijst
grieks
vereiste minimumkennis miv 2011:
Vormleer Grieks: verba contracta activum

AC

 

INDIC

ATIVUS

nikaw
   

 

TIO

praesens

imperfectum

CONIUNC

OPTA

IMPERA

INFINITIVUS

D

1.ev

nikw

™nikwn

nikw

nikJhn

 

nikan

U

2.ev

nikvj

™nikaj

nikvj

nikJhj

nika

te overwinnen

R

3.ev

nikv

™nika

nikv

nikJh

 

PARTICIPIUM

A

1.mv

nikwmen

™nikwmen

nikwmen

nikJmen

 

nikwn ,wntoj

T

2.mv

nikate

™nikate

nikvte

nikJte

nikate

nikwsa

I

3.mv

nikwsi(n)

™nikwn

nikwsi(n)

nikJen

 

nikwn ,wntoj

VA

ik overwin

ik overwon

laat ik overwinnen

moge ik overwinnen

overwin !

overwinnend

Vorming aor: ™nikhsa en fut. nikhsw en perf. nenikhka


AC

 

INDIC

ATIVUS

poiew
   

 

TIO

praesens

imperfectum

CONIUNC

OPTA

IMPERA

INFINITIVUS

D

1.ev

poiw

™poioun

poiw

poioihn

 

poiein

U

2.ev

poieij

™poieij

poiVj

poioihj

po…ei

te maken

R

3.ev

poie‹

™poiei

poiV

poioih

 

PARTICIPIUM

A

1.mv

poioumen

™poioumen

poiwmen

poioimen

 

poiwn ,ountoj

T

2.mv

poieite

™poieite

poihte

poioite

poieite

poiousa

I

3.mv

poiousi(n)

™poioun

poiwsi(n)

poioien

 

poioun ,ountoj

VA

ik maak

ik maakte

laat ik maken

moge ik maken

maak !

makend

Vorming aor: ™poihsa en fut. poihsw en perf. pepoihka



AC

 

INDIC

ATIVUS

dhlow
   

 

TIO

praesens

imperfectum

CONIUNC

OPTA

IMPERA

INFINITIVUS

D

1.ev

dhlw

™dhloun

dhlw

dhloihn

 

dhloun

U

2.ev

dhloij

™dhlouj

dhloij

dhloihj

dhlou

duidelijk te maken

R

3.ev

dhloi

™dhlou

dhloi

dhloih

 

PARTICIPIUM

A

1.mv

dhloumen

™dhloumen

dhlwmen

dhloimen

 

dhlwn ,ountoj

T

2.mv

dhloute

™dhlote

dhlwte

dhloite

dhloute

dhlousa

I

3.mv

dhlousi(n)

™dhloun

dhlwsi(n)

dhloien

 

dhloun ,ountoj

VA

ik maak duidelijk

ik maakte duidelijk

laat ik duidelijk maken

moge ik duidelijk maken

maak duidelijk !

duidelijk makend

Vorming aor: ™dhlwsa en fut. dhlwsw en perf. dedhlwka


Als je het Griekse font nog niet hebt gedownload en geïnstalleerd, doe dat dan eerst hier.

GRIEKSE VORMLEER

  1. vormleer: deze behandelt de vormen, verbuiging en vervoeging van de verschillende woordsoorten
  2. syntaxis: deze behandelt het vormen van structuur in zinnen en van zinsverband
  3. stilistica:
    1. a - c
    2. d - m
    3. n - z

Vormleer per onderdeel

  1. lidwoord
  2. zelfstandig naamwoord
    1. -a / -h stammen
    2. -o stammen
    3. medeklinker stammen
  3. bijvoeglijk naamwoorden
    1. -o / -a stammen
    2. medeklinker stammen
    3. megaj en poluj
  4. trappen van vergelijking
  5. bijwoorden
    1. correlativa
  6. telwoorden
  7. voornaamwoorden
    1. aanwijzende
    2. onbepaalde
    3. vragende
    4. persoonlijke
    5. bezittelijke
    6. betrekkelijke
    7. wederkerende
    8. corresponderende
  8. werkwoorden
    1. luw Act.
    2. luw Med
    3. luw Pas.
    4. contracta A
    5. contracta M/P
    6. athematisch. A
    7. athematisch. M
    8. athematisch. P
    9. e„m… en emi
  9. stamtijden compl.
    1. onr. aoristi
    2. onr. futura
    3. onr. perfecta