CEVO minimumlijst
grieks
vereiste minimumkennis miv 2011:
Voorzetsels met de genitivus of accusativus

Voorzetsels met genitivus of accusativus

  • dia , di' = +gen.
    • door (....heen)
      • ƒonta dia qurewn = gaande door de deur(vleugels) (Her. I,9)
      • dia nhoj „wn = door het schip gaande (Hom. Od. XII, 206)
  • dia , di' = +acc.
    • vanwege, door toedoen van
      • di' ¹n a„tihn = door welke oorzaak (Her. I,8)
  • dia , di' in samenstellingen: door...heen, over, uiteen
  • kata , kat' , kaq' + gen.
    • vanaf (...naar beneden), onder; tegen, ten nadele van
    • vaste uitdrukkingen:
      • kata nwtou = in/achter haar rug (Her. I, 9; I,10))
  • kata , kat' , kaq' + acc.
    • wat betreft, wegens, in overeenstemming met; tijdens; langs; (verspreid) over
      • kata ton aÙtÕn cronon = tijdens/in/gedurende dezelfde tijd (Her. I, 12)
      • kata touj qhsaurouj = langs de schatkamers(Her. I, 30)
      • Ðn kata qumon = wat betreft/ in zijn (eigen) hart (Hom. Od. I, 4)
      • kata ·oon = in/verspreid over de stroom (Hom. Od.XII, 204)
    • vaste uitdrukkingen:
      • kata ˜n = één voor één (Her. I, 9)
      • kat' ¹sucihn pollhn = in alle rust (Her. I, 9)
      • kata kairon = op een geschikt moment (Her. I, 30)
      • kata moiran = naar behoren (Hom. Od. X, 16)
  • kata-, kat-, kaq- in samenstellingen met werkwoorden:
    • volledig, geheel; naar beneden
      • . katesqiw = opeten (Hom. Od. I, 8)
  • meta , met' , meq' + gen.
    • met
  • meta , met' , meq' + acc.
    • na
      • meta d' ™me = na mij (Her. I,9)
      • meta tauta = na die dingen = daarna (Her. I,10; I, 12 )
  • meta , met' , meq' + dat. (alleen bij Homerus!!)
    • te midden van
      • met' ¢ndrasi = te midden van de mannen (Hom. Od. IX, 96)
  • meta , met' , meq' in samenstellingen: mede, ver(andering)
  • Øper + gen.
    • boven; ter bescherming van
  • Øper + acc.
    • over ... heen; ...overschrijden, te boven gaand
  • Øper in samenstellingen: over, boven(mate)
 
 
 
 
 
 

Als je het Griekse font nog niet hebt gedownload en geïnstalleerd, doe dat dan eerst hier.

GRIEKSE SYNTAXIS

  1. vormleer: deze behandelt de vormen, verbuiging en vervoeging van de verschillende woordsoorten
  2. syntaxis: deze behandelt het vormen van structuur in zinnen en van zinsverband
  3. stilistica
    1. a - c
    2. d - m
    3. n - z

Syntaxis per onderdeel

  1. Congruentie
  2. Gebruik lidwoord
  3. Functies naamvallen
    1. Nominativus
    2. Genitivus
    3. Dativus
    4. Accusativus
  4. Gebruik voorzetsels
    1. met genitivus
    2. met dativus
    3. met accusativus
    4. met gen. èn acc.
    5. met gen, dat.. èn acc
  5. Gebruik van de infinitivus
  6. Gebruik van participium
  7. Gebruik van de modi
  8. Tijd en aspect
  9. Vraagzinnen
  10. Bijzinnen
  11. Ontkenningen