CvE minimumlijst
grieks
vereiste minimumkennis 2014:
Syntaxis Grieks overzicht

OVERZICHT SYNTAXIS

De CvE-minimumlijst vormt het uitgangspunt bij de op het centrale examen gestelde vragen
en bij de annotatie van de ongeziene authentieke tekst.

De CvE gaat ervan uit dat de kandidaten vertrouwd zijn met volgende onderdelen van de syntaxis.


Onderwerpen voorzien van een staan niet in de minimumlijst Grieks !!

Congruentie

- congruentie tussen subject en predikaat (inclusief de regel betreffende het neutrum meervoud).
- congruentie tussen subject en predikaatsnomen.
- congruentie tussen adiectivum en substantivum.
- congruentie tussen een predicatieve bepaling en het bepaalde.
- congruentie tussen een pronominaal subject en het predikaatsnomen.

 

Functies van de pronomina:

- het gebruik van de pronomina personalia.
- het gebruik van aÙtÒj en Ð aÙtÒj.
- het gebruik van de pronomina possessiva.
- het gebruik van de pronomina demonstrativa.
- het gebruik van het pronomen relativum Ðj en Ðstij.
-- eenvoudige gevallen van relativum met ingesloten antecedent.
-- relatieve aansluiting
- het gebruik van het pronomen interrogativum t…j en (in een directe vraagzin).
- het gebruik van de pronomina reflexiva.
- het gebruik van het pronomen reciprocum.

 

Functies van het lidwoord:

- het ontbreken van het lidwoord bij een naamwoordelijk deel van het gezegde .
- het gebruik van het lidwoord bij een attributieve bepaling.
- het gebruik van het lidwoord bij eigennamen en algemene zegswijzen.
- het gebruik van het lidwoord waar het Nederlands een bezittelijk voornaamwoord gebruikt.
- substantivering van:
-- infinitivus, voorzetselgroep, adverbium.
-- adiectivum, participium, pronomen possessivum.
- het gebruik van het lidwoord bij paj, mesoj en ¢lloj.
- de verbindingen Ð men......Ð de en oƒ men........oƒ de.

Functies van de naamvallen:

- standaard gebruik en betekenis.
- nominativus:             subject en predikaatsnomen
- genitivus:                  attributieve bepaling, possessivus, partitivus ("van")
                                   complement bij bepaalde werkwoorden
                                   obiectivus, subiectivus
                                   comparationis
                                   temporis
                                   separativus ("vanaf")
                                   causae
- dativus:                    meewerkend voorwerp, commodi/incommodi. ("aan/voor")
                                   complement bij bepaalde werkwoorden
                                   possessivus
                                   ethicus
                                   auctoris
                                   instrumenti, causae ("met/door")
                                   loci, temporis ("in, op")
                                   mensurae
                                   modi
- accusativus:             object, inwendig object.
                                   limitationis/respectus
                                   adverbialis
                                   richting
                                   uitgebreidheid
- vocativus

Preposities:

- het gebruik van naamvallen bij preposities.
--- met één naamval
----- met genitivus
----- met dativus
----- met accusativus
--- met genitivus of accusativus
--- met genitivus, dativus of accusativus

Genera verbi:

- activum
- medium: direct reflexief, indirect reflexief, medium tantum
- passivum, ook deponens passivum.

Tempus en aspect:

- tijd: temporele waarde van:
-- praesens, imperfectum, aoristus (indicativus)
-- praesens historicum, perfectum, plusquamperfectum en futurum (indicativus).
- aspect:
-- het "duratieve"aspect van de praesensstam
-- het "factische"aspect van de aoristusstam
-- het "resultatieve" aspect van de perfectumstam
-- aspectwaarde van de praesensstam: conatief, iteratief.
-- aspectwaarde van de aoristusstam: ingressief, perfectief.

De gebruikswijzen van de indicativus:

- zonder ¢n: realis
- met ¢n: irrealis van het heden en verleden.

De gebruikswijzen van de coniunctivus:

- zonder ¢n in de hoofdzin: adhortativus, prohibitivus, dubitativus
- met ¢n in de bijzin: futuralis, generalis.
- zonder ¢n in de bijzin: finalis

De gebruikswijzen van de optativus:

- zonder ¢n in de hoofdzin: vervulbare wens.
- met ¢n in de hoofdzin: potentialis, bescheiden mening of vriendelijk bevel.
- zonder ¢n in de bijzin: obliquus, finalis, potentialis.

De infinitivus en infinitivus-constructies:

- a.c.i.
- infinitivus als subject en object.
- gesubstantiveerde infinitivi zonder subject.
- finaal-consecutieve infinitivus na adiectiva en verba.
- infinitivus en a.c.i. na prin en æste.
- n.c.i.

Het participium en participium-constructies:

- attributief gebruik
- predicatief gebruik, met mogelijkheid van temporele, causale, concessieve en conditionele interpretatie. (hota!)
- het gesubstantiveerde participium
- het participium futurum met finale interpretatie, al dan niet met æj.
- de genitivus absolutus met uitgedrukt subject met mogelijkheid van temporele, causale, concessieve en conditionele interpretatie. (hota!)
- het complementaire participium bij:
-- de verba sentiendi in de ruimste zin des woords, zoals Ðraw, ¢kouw, punqanomai, a„sqanomai.
-- verba affectuum zoals: cairw, ¹domai.
-- procesaanduidende ww. zoals: ¢rcomai, pauomai.
-- de werkwoorden die een wijze van zijn uitdrukken, zoals: tugcanw, lanqanw, fainomai.
-- het werkwoord o„comai.
-- de werkwoorden fqanw en diatelew.

Vraagzinnen:

- directe vragen: éénledig, meerledig.
- indirecte vragen: éénledig, meerledig.

Bijzinnen:

- relatieve bijzinnen.
- declaratieve bijzinnen, ingeleid door Ðti en æj met:
-- indicativus
-- optativus
-- modus, tempus en persoon van de oratio recta
- temporele bijzinnen met:
-- indicativus
-- coniunctivus generalis/iterativus of futuralis met ¢n.
- causale bijzinnen.
- conditionele bijzinnen:
-- realis
-- irrealis
-- potentialis
- consecutieve bijzinnen, ingeleid door æste, met:
-- alle modi om een feit uit te drukken
-- infinitivus of a.c.i. om het bedoelde gevolg uit te drukken.
- concessieve bijzinnen
- finale bijzinnen:
-- finale bijzinnen met coniunctivus en optativus.
-- coniunctivus en optativus na verba timendi en curandi.

Negaties:

- het gebruik en de betekenis van in de hoofd- en bijzinnen.
- het gebruik en de betekenis van mh in de hoofd- en bijzinnen.
- het gebruik en de betekenis van twee of meer ontkenningen die elkaar opheffen of versterken.
 
 

Als je het Griekse font nog niet hebt gedownload en geïnstalleerd, doe dat dan eerst hier.

Griekse grammatica

  1. vormleer: deze behandelt de vormen, verbuiging en vervoeging van de verschillende woordsoorten
  2. syntaxis: deze behandelt het vormen van structuur in zinnen en van zinsverband
  3. stilistica en taaleigen
    1. a - c
    2. d - m
    3. n - z
    4. taaleigen Plato

Syntaxis per onderdeel

  1. Congruentie
  2. Gebruik lidwoord
  3. Functies naamvallen
    1. Nominativus
    2. Genitivus
    3. Dativus
    4. Accusativus
  4. Gebruik voorzetsels
    1. met genitivus
    2. met dativus
    3. met accusativus
    4. met gen. èn acc.
    5. met gen, dat.. èn acc
  5. Gebruik van de infinitivus
  6. Gebruik van participium
  7. Gebruik van de modi
  8. Tijd en aspect
  9. Vraagzinnen
  10. Bijzinnen
    1. causale
    2. concessieve
    3. conditionele
    4. declaratieve
    5. finale
    6. relatieve
    7. temporele
  11. Ontkenningen