CvE minimumlijst
grieks
vereiste minimumkennis vormleer 2014:
Persoonlijke voornaamwoorden

Persoonlijke voornaamwoorden

  1e persoon 2e persoon 3e persoon M 3e persoon V 3e persoon O
enkelvoud
 
ik
jij, u
hij
zij
het
nom. ™gw, su -- -- --
gen. ™mou, mou, sou aÙtoà aÙtÁj aÙtoà
dat. ™moi, moi soi aÙtù aÙtÍ aÙtù
acc. ™me, me se aÙtÒn aÙt»n aÙtÒ
 
meervoud
 
wij
jullie, u
zij (mv)
zij (mv)
zij (mv)
nom. ¹meij Ømeij -- -- --
gen. ¹mwn, Ømwn aÙtîn aÙtîn aÙtîn
dat. ¹min Ømin aÙto‹j aÙta‹j aÙto‹j
acc. ¹maj, Ømaj aÙtoÚj aÙt£j aÙt£
           
De nominativi: aÙtÒj, aÙt», aÙtÒ, aÙto…, aÙta… en aÙt£ worden niet als onderwerp 3e persoon gebruikt !

Dus voor hij zij het worden - indien met nadruk - zonodig de aanwijzende voornaamwoorden oØtoj of ™keinoj gebruikt!
De nominativi van aÙtÒj enz. betekenen altijd zelf.

Of met lidwoord ervoor dezelfde! Zie verder hier.

Daarnaast zijn er nog de indirect reflexiva: in de bjzin terugslaande op het onderwerp in de hoofdzin, dus maar één vorm voor M, V, O.

ev: nom; --- gen: , dat , acc: ˜; mv nom: sfeij, gen: sfwn, dat. sfisi, acc: sfaj.
Het Grieks kent geen beleefdsvorm:
su = jij én u; Ømeij = jullie én u
 
 
 
 

 

Als je het Griekse font nog niet hebt gedownload en geïnstalleerd, doe dat dan eerst hier.

Griekse Grammatica

  1. vormleer: deze behandelt de vormen, verbuiging en vervoeging van de verschillende woordsoorten
  2. syntaxis: deze behandelt het vormen van structuur in zinnen en van zinsverband
  3. stilistica:
    1. a - c
    2. d - m
    3. n - z
    4. taaleigen Plato

Vormleer per onderdeel

  1. lidwoord
  2. zelfstandig naamwoord
    1. -a / -h stammen
    2. -o stammen
    3. medeklinker stammen
  3. bijvoeglijk naamwoorden
    1. -o / -a stammen
    2. medeklinker stammen
    3. megaj en poluj
  4. trappen van vergelijking
  5. bijwoorden
    1. correlativa
  6. telwoorden
  7. voornaamwoorden
    1. aanwijzende
    2. onbepaalde
    3. vragende
    4. persoonlijke
    5. bezittelijke
    6. betrekkelijke
    7. wederkerende
    8. corresponderende
    9. indirect reflexiva
  8. werkwoorden
    1. luw Act.
    2. luw Med.
    3. luw Pas.
    4. contracta A
    5. contracta M/P
    6. athematisch. A
    7. athematisch. M
    8. athematisch. P
    9. e„m… en emi
  9. stamtijden compl.
    1. onr. aoristi
    2. onr. futura
    3. onr. perfecta