CvE minimumlijst

grieks

De CvE-minimumlijst vormt het uitgangspunt bij de op het centrale examen gestelde vragen
en bij de annotatie van de ongeziene authentieke tekst.

De CvE gaat ervan uit dat de kandidaten vertrouwd zijn met volgende stilistische en narratologische begrippen.

Stilistica Grieks a-c


Afgebeelde
Zie vergelijking

Alliteratie
Gelijkheid van de beginmedeklinkers van twee of meer woorden:

¢lla moi ¢mf' 'OdushŽ daŽfroni daietai ºtor,
dusmorJ, Ðj dh dhqa filwn ¥po phmata pascei

maar mij wordt het hart verscheurd vanwege de kloekmoedige Odysseus,
de ongelukkige, die dan al zolang ver van zijn vrienden smarten lijdt.
(Homerus, Od. 1, 48-49)

Anafora
Het herhalen van hetzelfde tekstelement aan het begin van opeenvolgende (delen van) zinnen of versregels:

™keinoj e„nai fhsi Dionuson qeon,
™keinoj ™n mhrJ pot' ™rrafqai Dioj,

hij zegt dat er een god Dionysus is
hi (zegt) dat die eens in de dij van Zeus genaaid is,
(Euripides, Bacchai 243-244)

Antithese
Het naast elkaar plaatsen van tegengestelde begrippen, waardoor er nadruk aan gegeven wordt.

palaia kainwn (leipetai khdeumatwn) = oude (familiebanden blijven achter bij) nieuwe (Med 76)
(kakon) neon palaiJ = een nieuw (kwaad) aan een oud (Med 79)

Asyndeton
Het opsommen van tenminste drie opeenvolgende tekstelementen zonder voegwoord:
.
adversatief asyndeton: als het asyndeton een antithese benadrukt.
explicatief asyndeton: als het 2e deel ervan een verklaring geeft van het eerst deel

aƒrei gar ¢ndrwn Ñmmat', ™xairei poleij
pimprhsin o„kouj:

want hij ontneemt mannen de ogen, verwoest steden
steekt de huizen in brand

( Euripides, Troiades 892-3)

Chiasme
Het kruiselings plaatsen van (grammaticaal) gelijkwaardige tekstelementen binnen een zin of binnen opeenvolgende zinnen

palaia kainwn
tegenover:
neon palaiJ
(Med. 76 79)

pollwn d' ¢nqrwpwn „den ¢stea kai noon ™gnw,
van veel mensen zag hij de steden en hun geest leerde hij kennen,
(Homerus, Odysee 1, 3)

NB: chiasme kruiselings noteren, dus:

„den         ¢stea
     
noon         ™gnw

Climax
Een reeks tekstelementen waarvan de inhoud een stijgende lijn in betekenis en/of lengte vertoont

                                               kai kuse ceiraj
deinaj ¢ndrofonouj, aƒ oƒ poleaj ktanon uƒaj.
                                                                      en hij kuste de handen
de verschrikkelijke mannendodende, die zijn vele zonen gedood hadden.

( Homerus, Ilias XXIV 478-9)

 

 
 

vereiste minimumkennis vormleer in 2015
stilistica Grieks a - c

Als je het Griekse font nog niet hebt gedownload en geïnstalleerd, doe dat dan eerst hier.

Griekse Grammatica

  1. vormleer: deze behandelt de vormen, verbuiging en vervoeging van de verschillende woordsoorten
  2. syntaxis: deze behandelt het vormen van structuur in zinnen en van zinsverband
  3. stilistica:
    1. a - c
    2. d - m
    3. n - z
    4. stilistica Homerus
    5. narratologie
    6. taaleigen Homerus
      1. algemeen
      2. naamwoorden
      3. werkwoorden
      4. voornaamw.
      5. syntaxis
    7. metriek
    8. scanderen

Vormleer per onderdeel

  1. lidwoord
  2. zelfstandig naamwoord
    1. -a / -h stammen
    2. -o stammen
    3. medeklinker stammen
  3. bijvoeglijk naamwoorden
    1. -o / -a stammen
    2. medeklinker stammen
    3. megaj en poluj
  4. trappen van vergelijking
  5. bijwoorden
    1. correlativa
  6. telwoorden
  7. voornaamwoorden
    1. aanwijzende
    2. onbepaalde
    3. vragende
    4. persoonlijke
    5. bezittelijke
    6. betrekkelijke
    7. wederkerende
    8. corresponderende
    9. indirect reflexiva
  8. werkwoorden
    1. luw Act.
    2. luw Med.
    3. luw Pas.
    4. contracta A
    5. contracta M/P
    6. athematisch. A
    7. athematisch. M
    8. athematisch. P
    9. e„m… en emi
  9. stamtijden compl.
    1. onr. aoristi
    2. onr. futura
    3. onr. perfecta