CvE minimumlijst

grieks

De CvE-minimumlijst vormt het uitgangspunt bij de op het centrale examen gestelde vragen
en bij de annotatie van de ongeziene authentieke tekst.

De CvE gaat ervan uit dat de kandidaten vertrouwd zijn met volgende stilistische en narratologische begrippen.

Stilistica Grieks d - m

Dramatische ironie
Het procédé waarbij de toeschouwer/lezer meer informatie over de uitgebeelde situatie heeft dan een of meer personage(s) in die situatie

¢nq' æn ™gw tad', æsperei toÙmou patroj,
Øpermacoumai, k¢pi pant' ¢fixomai
zhtwn ton aÙtoceira tou fonou labein
( Sophokles, Oidipous Tyrannus 264-6)

Oidipous uit allerlei bedreigingen jegens de moordenaar van koning Laios, niet wetend dat hij het over zichzelf heeft. maar het publiek weet dat wel.


Enallagè of hypallagè
Hierbij laat de auteur een bijvoeglijk naamwoord grammaticaal bij een bepaald woord horen, terwijl het inhoudelijk beter bij een ander woord in de zin past.

Eufemisme
Het in verzachtende taal weergeven van e en negatief beladen begrip

inslapen (= sterven)

..........................™moi de ke kerdion e„h
seu ¢famartousV cqona dumenai:
                    maar voor mij zou het (wel) beter zijn
om als ik jou verloren heb onder de grond te duiken.
(= sterven)
(Homerus, Ilias VI 410-1)

Hyperbaton
Het uiteenplaatsen van woorden die een grammaticale eenheid vormen; die eenheid wordt onderbroken door een element dat niet tot die woordgroep behoort.

¢ggelian ......calephn

 

Litotes
Het ontkennen van een begrip met als doel het tegendeel te benadrukken

Daar ben ik niet vies van (= ik vind het héél lekker!)

Poiewn te tauta ™painon e„ce oÙk Ñligon proj twn polihtewn,
Door dat te doen had ik een niet geringe (=heel grote) lof van de kant van mijn medeburgers
(Herodotus, Historiae 1, 96)

Metafoor
Vorm van beeldspraak waarbij alleen het beeld (= persoon/zaak waarmee vergeleken wordt) wordt genoemd (dus zonder als, zoals, gelijk aan etc.)

Het kleine vee, dat de lucht afweidt
(Herman Gorter)

.............................................e„j de thn tuchn
pesous' Ðshn su, pîj ¢n ™kneusai dokeij;
.
wanneer je in een zo groot ongeluk terchtgekomen bent als jij,
hoe denk je dan eruit te kunnen zwemmen (= je eruit te redden)

(Euripides, Hippolytus 469-70 )

Metonymia
Het vervangen van een woord door een ander woord uit hetzelfde betekenisveld.

  • abstractum pro concreto
  • naam van een god(in) in plaats van zijn/haar invloedssfeer
  • stof in plaats van voorwerp
  • pars pro toto
 

vereiste minimumkennis vormleer in 2015
stilistica Grieks d - m

Als je het Griekse font nog niet hebt gedownload en geïnstalleerd, doe dat dan eerst hier.

Griekse Grammatica

  1. vormleer: deze behandelt de vormen, verbuiging en vervoeging van de verschillende woordsoorten
  2. syntaxis: deze behandelt het vormen van structuur in zinnen en van zinsverband
  3. stilistica:
    1. a - c
    2. d - m
    3. n - z
    4. stilistica Homerus
    5. narratologie
    6. taaleigen Homerus
      1. algemeen
      2. naamwoorden
      3. werkwoorden
      4. voornaamw.
      5. syntaxis
    7. metriek
    8. scanderen

Vormleer per onderdeel

  1. lidwoord
  2. zelfstandig naamwoord
    1. -a / -h stammen
    2. -o stammen
    3. medeklinker stammen
  3. bijvoeglijk naamwoorden
    1. -o / -a stammen
    2. medeklinker stammen
    3. megaj en poluj
  4. trappen van vergelijking
  5. bijwoorden
    1. correlativa
  6. telwoorden
  7. voornaamwoorden
    1. aanwijzende
    2. onbepaalde
    3. vragende
    4. persoonlijke
    5. bezittelijke
    6. betrekkelijke
    7. wederkerende
    8. corresponderende
    9. indirect reflexiva
  8. werkwoorden
    1. luw Act.
    2. luw Med.
    3. luw Pas.
    4. contracta A
    5. contracta M/P
    6. athematisch. A
    7. athematisch. M
    8. athematisch. P
    9. e„m… en emi
  9. stamtijden compl.
    1. onr. aoristi
    2. onr. futura
    3. onr. perfecta