CvE minimumlijst

grieks

vereiste minimumkennis vormleer in 2015
Bijzonderheden taaleigen Homerus

Naast de CvE minmumlijst worden bij het centrale examen 2015 zowel bij de vragen als de annotatie ook nog onderstaande verschijnselen bekend verondersteld. (behalve als er een bij staat)

Bijzonderheden taaleigen Homerus:
Naamwoorden (zelfstandige en bijvoeglijke)

1. Genitivus :

 

  1. De genitivus enkelvoud van de mannelijke woorden op -hj (a-decl). type despothj is vaak -ao of -ew i.p.v. -ou:

    PhlhŽadew (I, 1i)
    PhleŽdew (XV, 64)
    PhleŽdao (XV, 74)
    A„akidao (XVI, 854)

  2. De genitivus enkelvoud van de o- declinatie is vaak -oio i.p.v. -ou:

    polemoio (I, 165) = polemou (oorlog)
    'Alexandroio (VI, 313) = 'Alexandrou (Alexander, Paris)
    sitoio = sitou (voedsel)
    ƒppoio = ƒppou (paard)
    filoio = filou (vriend, dierbaar)
    o„comenoio = o„comenou (ptcp van o„comai = gaan)

  3. De genitivus meervoud van de a- declinatie heeft ook de uitgang -awn of -ewn i.p.v. -wn:

    a„cmhtawn (I, 152) = a„cmhtwn (lanszwaaiend)
    Ñdunawn (XV, 60) = Ñdunwn (pijn, verdriet)
    pulawn (XXII, 35) = pulwn (poort)

2. Dativus :

 

  1. De dativus meervoud van de a- declinatie heeft ook de uitgang -Vsi(n) i.p.v. -aij :

    sVsin (XVI, 851) = saij (jouw)
    qeVsi (XIX, 286) - qeaij (godin)

  2. De dativus meervoud van de o- declinatie heeft ook de uitgang -oisi(n) i.p.v. -oij :

    o„wnoisi (I, 5) = o„wnoij (roofvogel)
    toisi (I, 101) = toij (lidwoord)
    Danaoisi (I, 109) = Danaoij (Grieken)

  3. De dativus meervoud van de gemengde declinatie heeft de uitgang -essi(n) i.p.v. -si(n) :

    kunessin (I, 4) = kusi (hond)
    Murmidonessin (I, 180) = Murmidosi (Myrmidoniërs)
    ™peessi (VI, 325) = ™pesi (woord)
    ¢ndressin = ¢ndrasin (man)

3. De verbuiging van nhuj (schip): zie hier.

 

4. De verbuiging van Zeuj : zie hier.

 

5. De verbuiging van polij : zie hier

 

6. De volgende suffixen (achtervoegsels) gebruikt Homerus veelvuldig:

 

  1. -qen : geeft aan "waarvandaan".

    klisihqen (XIX, 288) = uit/van de tent weg
    Skuroqen (XIX, 332) = uit Skyros
    o„koqen = van huis (weg)

  2. -de : geeft aan "waarheen".

    Fqihnde (I, 169) = naar Phthia
    o„kade (I, 170) = naar huis
    o„konde = naar huis
    klisihnde (I, 185) = naar de tent
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 


Als je het Griekse font nog niet hebt gedownload en geïnstalleerd, doe dat dan eerst hier.

Griekse Grammatica

  1. vormleer: deze behandelt de vormen, verbuiging en vervoeging van de verschillende woordsoorten
  2. syntaxis: deze behandelt het vormen van structuur in zinnen en van zinsverband
  3. stilistica:
    1. a - c
    2. d - m
    3. n - z
    4. stilistica Homerus
    5. narratologie
    6. taaleigen Homerus
      1. algemeen
      2. naamwoorden
      3. werkwoorden
      4. voornaamw.
      5. syntaxis
    7. metriek
    8. scanderen

Vormleer per onderdeel

  1. lidwoord
  2. zelfstandig naamwoord
    1. -a / -h stammen
    2. -o stammen
    3. medeklinker stammen
  3. bijvoeglijk naamwoorden
    1. -o / -a stammen
    2. medeklinker stammen
    3. megaj en poluj
  4. trappen van vergelijking
  5. bijwoorden
    1. correlativa
  6. telwoorden
  7. voornaamwoorden
    1. aanwijzende
    2. onbepaalde
    3. vragende
    4. persoonlijke
    5. bezittelijke
    6. betrekkelijke
    7. wederkerende
    8. corresponderende
    9. indirect reflexiva
  8. werkwoorden
    1. luw Act.
    2. luw Med.
    3. luw Pas.
    4. contracta A
    5. contracta M/P
    6. athematisch. A
    7. athematisch. M
    8. athematisch. P
    9. e„m… en emi
  9. stamtijden compl.
    1. onr. aoristi
    2. onr. futura
    3. onr. perfecta