CvE minimumlijst

grieks

vereiste minimumkennis vormleer in 2015
Bijzonderheden taaleigen Homerus

Naast de CvE minmumlijst worden bij het centrale examen 2015 zowel bij de vragen als de annotatie ook nog onderstaande verschijnselen bekend verondersteld. (behalve als er een bij staat)

Bijzonderheden taaleigen Homerus:
Voornaamwoorden


1. Homeros kent nog niet het lidwoord als zodanig: dus bv. ¢nhr = man, een man, de man!

Komt bij Homeros één van de vormen van het (latere) lidwoord voor dan is het ofwel aanwijzend (wat het lidwoord oorspronkelijk was) ofwel persoonlijk 3e p. ev. ofwel betrekkelijk voornaamwoord! (alleen de nom. M ev. van het betr. vnw. is altijd: Ðj! )

Voorbeelden zie hier.

 

2. Persoonlijke voornaamwoorden bij Homerus afwijkend van het Attisch:

 

  1. ™gw / ™gwn = ik (nom.)
  2. = van hem / haar (gen)
  3. soi / toi / t' = aan/voor jou (dat.)
  4. / = aan/voor hem/haar/eraan (dat.)
  5. min / ˜ / = hem, haar, het (acc.); min = ook hij, zij, het als acc. in de a.c.i.
  6. sfisi(n) / sfi(n) = aan/voor hen (dat.)

 

3. Bezittelijk voornaamwoord van de 3e persooon:

 

Ój, ˜Òj; ¼, ˜»; Ón, ˜Òn = zijn/haar (eigen); het is reflexief, dus slaat terug op het onderwerp.

Oorspronkelijk was dit s#oj (waarvan ook het Latijnse suus), dit betekent dat de korte beginklinkers in het metrum ook als lang kunnen gelden!!

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 


Als je het Griekse font nog niet hebt gedownload en geïnstalleerd, doe dat dan eerst hier.

Griekse Grammatica

  1. vormleer: deze behandelt de vormen, verbuiging en vervoeging van de verschillende woordsoorten
  2. syntaxis: deze behandelt het vormen van structuur in zinnen en van zinsverband
  3. stilistica:
    1. a - c
    2. d - m
    3. n - z
    4. stilistica Homerus
    5. narratologie
    6. taaleigen Homerus
      1. algemeen
      2. naamwoorden
      3. werkwoorden
      4. voornaamw.
      5. syntaxis
    7. metriek
    8. scanderen

Vormleer per onderdeel

  1. lidwoord
  2. zelfstandig naamwoord
    1. -a / -h stammen
    2. -o stammen
    3. medeklinker stammen
  3. bijvoeglijk naamwoorden
    1. -o / -a stammen
    2. medeklinker stammen
    3. megaj en poluj
  4. trappen van vergelijking
  5. bijwoorden
    1. correlativa
  6. telwoorden
  7. voornaamwoorden
    1. aanwijzende
    2. onbepaalde
    3. vragende
    4. persoonlijke
    5. bezittelijke
    6. betrekkelijke
    7. wederkerende
    8. corresponderende
    9. indirect reflexiva
  8. werkwoorden
    1. luw Act.
    2. luw Med.
    3. luw Pas.
    4. contracta A
    5. contracta M/P
    6. athematisch. A
    7. athematisch. M
    8. athematisch. P
    9. e„m… en emi
  9. stamtijden compl.
    1. onr. aoristi
    2. onr. futura
    3. onr. perfecta