Werkvertaling Euripides Elektra 2017

4e EPEISODION 907 - 929




910




915




920




925





El.


(Spreekt tegen het lijk van Aigisthos)
Goed dan; welk begin van (mijn) verwijten moet ik het eerst tegen je zeggen,
welk/wat voor einde? Welk woord zal/moet ik in het midden plaatsen?
En toch hield ik gedurende de vroege ochtenduren nooit op
met telkens herhalen/repeteren wat ik je in je gezihct wilde zeggen,
als ik dan eindelijk vrij zou zijn van mijn angsten
van vroeger. Nu zijn we daar/dat dus; en ik zal jou uitbetalen
die slechte dingen/verwijten die ik jou wilde zeggen terwijl je leefde.
Jij hebt mij vernietigd en je hebt mij beroofd van mijn geliefde vader
gemaakt en (ook) hem hier, hoewel/terwijl je helemaal niet onrechtvaardig behandeld was,
en je hebt op schandelijke wijze onze moeder gehuwd en haar man gedood
die/terwijl hij aanvoerder was de Grieken, terwijl jij niet (eens) naar de Trojanen bent gegaan,
En jij bent tot die mate van dwaasheid gekomen dat jij hoopte
dat jij mijn moeder dan niet als een slechte (vrouw) voor jou zou hebben
nadat je haar gehuwd was, maar zij deed het huwelijksbed van mijn vader onrecht aan.
En hij moet weten (dat), wanneer iemand, nadat hij de vrouw van iemand heeft verleid
in overspel, verolgens gedwongen wordt haar tot vrouw te nemen,
(dat) hij een arme stumper is, als hij denkt dat zij de kuisheid daar/toen niet hield maar bij hem wel houdt.
En jij woonde/leefde zeer pijnlijk, terwijl je niet dacht slecht te wonen/leven;
want jij wist natuurlijk/echt wel dat je een goddeloos huwelijk gesloten had,
en mijn moeder (wist echt wel) dat zij jou als goddeloze man bezat.
En omdat/terwijl jullie beiden slecht waren, deelden jullie beiden een slecht lot,
zij het jouwe/dat van jou en jij het hare/dat van haar.