CvE minimumlijst

grieks

vereiste minimumkennis vormleer in 2016
Vormleer Grieks overzicht

"Lijst Stilistische en narratologische middelen minimumlijst Grieks CVE"
De CVE gaat ervan uit dat de kandidaten vertrouwd zijn met volgende stilistische en narratologische begrippen.

Narratologische begrippen Grieks

Alwetende verteller
De vertellende instantie die complete kennis van alle gebeurtenissen, achtergronden en het verloop van het verhaal heeft.

Dramatische ironie
Het verschijnsel dat een of meer personages minder kennis van de situatie hebben dan de lezer/het publiek.

¢nq' æn ™gw tad', æsperei toÙmou patroj,
Øpermacoumai, k¢pi pant' ¢fixomai
zhtwn ton aÙtoceira tou fonou labein
( Sophokles, Oidipous Tyrannus 264-6)

Oedipus spreekt allerlei bedreigingen uit tegen de moordenaar van koning Laios, niet wetend dat hij het over zichzelf heeft.
maar het publiek weet dat wel.


Prospectie (flash-forward)
Het vooruitkijken door een personage of de verteller naar latere gebeurtenissen

crhn gar KandaulV genesqai kakwj
(Herodotus, Historiae 1, 8)
Vertaling:
want het was voorbeschikt dat het slecht zou aflopen met Kandaules

Raamvertelling
Een verhaal dat als een kader één of meer andere verhalen omsluit.

Odyssee: Het verhaal over het diner bij de Phaiaken als kader waarbinnen Odysseus zijn verhalen vertelt

Retrospectie (flash-back)
Het terugkijken door een personage of de verteller op gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden

oÙ men Ðte tode meizon œpi kakon ½ Ðte Kuklwy
e„lei ™ni sphŽ glafurJ kraterhfi bihfin
:
(
Homerus Odysse 12, 209-210)
Vertaling:
deze (aanwezige) ellende/ramp is zeker niet groter dan toen de Kykloop
ons in zijn gewelfde grot opsloot met bruut geweld:

Ringcompositie
Afbakening van een tekstsegment door aan het einde een tekstelement uit het begin (al dan niet letterlijk) te herhalen

'Andra moi ™nnepe, Mousa, ..... .
………………………………

..... qea, qugathr Dioj, e„pe kai ¹min.
(Homerus Odyssee 1, 1 en 10)
Vertaling:
Bezing mij de man, Muze, .......
...................................................
.......
godin, dochter van Zeus, vertel (daarvan) ook ons.

Vertellerscommentaar
Het door de alwetende verteller (terloops) geleverde commentaar op gebeurtenissen of personages.

aÙtîn gar sfeterVsin ¢tasqaliVsin Ñlonto,
nhpioi, ....
(Homerus Odyssee 1, 7-8 )
Vertaling:
want door hun eigen roekeloze daden kwamen zij om,
de dwazen,

Vertelperspectief
De positie van waaruit de auteur het verhaal vertelt

Verteltempo
De verhouding tussen verteltijd en vertelde tijd

-- Wanneer de woorden van een personage in de directe rede worden weergegeven,
   is de verteltijd even lang als de vertelde tijd.
-- Wanneer in een vertelling een samenvatting van gebeurtenissen wordt gegeven of wanneer er een sprong in de tijd wordt gemaakt,
   is de verteltijd korter dan de vertelde tijd
-- Wanneer in een vertelling een beschrijving wordt gegeven van een persoon of voorwerp,
   is de verteltijd langer dan de vertelde tijd.

           Versnelling: het verteltempo wordt hoger dan in het voorafgaande
           Vertraging: het verteltempo wordt lager dan in het voorafgaande

Verteltijd Tijd die gebruikt wordt om het verhaal te vertellen

Vertelde tijd De tijdsduur van de vertelde gebeurtenissen

 

 

Als je het Griekse font nog niet hebt gedownload en geïnstalleerd, doe dat dan eerst hier.

Griekse Grammatica

  1. vormleer: deze behandelt de vormen, verbuiging en vervoeging van de verschillende woordsoorten
  2. syntaxis: deze behandelt het vormen van structuur in zinnen en van zinsverband
  3. stilistica:
    1. a - c
    2. d - m
    3. n - z
    4. aanvullingen Herodotus
    5. narratologie
    argumentatie

Vormleer per onderdeel

  1. lidwoord
  2. zelfstandig naamwoord
    1. -a / -h stammen
    2. -o stammen
    3. medeklinker stammen
  3. bijvoeglijk naamwoorden
    1. -o / -a stammen
    2. medeklinker stammen
    3. megaj en poluj
  4. trappen van vergelijking
  5. bijwoorden
    1. correlativa
  6. telwoorden
  7. voornaamwoorden
    1. aanwijzende
    2. onbepaalde
    3. vragende
    4. persoonlijke
    5. bezittelijke
    6. betrekkelijke
    7. wederkerende
    8. corresponderende
    9. indirect reflexiva
  8. werkwoorden
    1. luw Act.
    2. luw Med.
    3. luw Pas.
    4. contracta A
    5. contracta M/P
    6. athematisch. A
    7. athematisch. M
    8. athematisch. P
    9. e„m… en emi
  9. stamtijden compl.
    1. onr. aoristi
    2. onr. futura
    3. onr. perfecta