Werkvertaling Homerus Odyssee 2018

ODYSSEE 9, 371 - 394




375




380




385




390





Zo sprak hij en toen hij achteroverleunde viel hij (achterover) op zijn rug, en vervolgens
lag hij (daar) nadat hij zijn stevige nek zijwaarts had gebogen, en de slaap,
de albedwinger, overweldigde hem; en uit zijn keel stroomde wijn
en brokken mensenvlees; en hij braakte dronken van wijn.
En toen duwde ik de paal onder in de vele as
opdat die warm werd; en met woorden bemoedigde ik alle
makkers, opdat niet iemand voor mij uit angst zich terug zou trekken.
Maar toen dan weldra de olijfhouten paal in het vuur zou
vlam vatten, hoewel hij (nog) groen was, en verschrikkelijk gloeide (al),
toen droeg ik hem uit het vuur dichterbij, en mijn makkers gingen rondom
staan; en een godheid blies hen grote moed in.
Nadat zij de olijfhouten paal hadden vastgepakt, scherp aan de punt,
drukten ze hem in zijn oog; en ik van boven erop drukkend
draaide hem rond, zoals wanneer een of andere man een scheepsbalk doorboort
met een drilboor, en anderen hem van onderen doen draaien met een riem
nadat ze die aan weerszijden hebben vastgepakt, en deze (boor) gaat onafgebroken;
zó draaiden wij de paal met gloeiende punt rond in zijn oog, na die gepakt
te hebben, en het bloed stroomde rond hem (de paal) die nog warm was.
De gloed schroeide bij hem zijn ooglid rondom en wenkbrauw geheel en al weg
terwijl zijn pupil verbrandde; en zijn oogwortels sisten door het vuur.
En zoals wanneer een smid een grote bijl of disselboom
in het koude water doopt luid sissend
terwijl hij het hardt; want dat is dan weer de juist de kracht van ijzer;
zó siste zijn oog rond de olijfhouten paal.