vereiste minimumkennis vormleer in 2018

Gebruik van het Griekse lidwoord

Het gebruik van het lidwoord in het Grieks komt meestal overeen met het Nederlands.

Het Grieks kent echter geen onbepaald lidwoord, dus als er in het Grieks geen lidwoord staat, moet je (meestal) een onbepaald lidwoord gebruiken (ev) of geen lidwoord (mv). bijv: Ð stratiwthj = de soldaat, oƒ stratiwtai = de soldaten, maar stratiwthj = een soldaat, stratiwtai = soldaten.

Voor verbuiging lidwoord zie hier

(NB: Homeros kent nog niet gebruik van het lidwoord als zodanig! zie hier.)

De volgende gevallen echter vragen speciale aandacht:
  • Het lidwoord kan ook wel als bezittelijk voornaamwoord vertaald worden
    • thj gunaikoj = van zijn vrouw
  • Bij het naamwoordelijk deel van het gezegde of een predicatieve bepaling ) meestal geen lidwoord!!
    • naamwoordelijk deel:
      • nux ¹ ¹mera ™geneto = de dag werd nacht
      • ¹mera ¹ nux ™geneto = de nacht werd dag
    • predicatief gebruikt (vooral bij werkwoorden die betekenen: (ver)kiezen, (be)noemen. houden voor, aanstellen, maken tot met dubbele acc.)
      • aƒrountai aÙtÕn strathgon = zij kiezen hem tot aanvoerder
      • ™cei taj tricaj makraj = hij draagt zijn haren lang (maar kijk ook hieronder!)
  • plaatsing van het lidwoord bij attributief (bijvoeglijk) gebruik van bijvoeglijke naamwoorden, genitivi, voorzetselgroep, bijwoord(elijke) bepaling. Voor lidwoord bij participia klik hier.
    • de regel is: bij attributief gebruik staat woord(groep) of tussen het lidwoord en het zelfstandig naamwoord of achter het zelfstandig naamwoord met herhaling van het lidwoord.
      • ™cei taj makraj tricaj of taj tricaj taj makraj = hij heeft lange haren
      • Ð dikaioj ¢nhr of Ð ¢nhr Ð dikaioj = de rechtvaardige man
      • Ð twn 'Aqhnaiwn dhmoj of Ð dhmoj Ð twn 'Aqhnaiwn = het volk van de Atheners
      • oƒ ™n tV polei ¢nqrwpoi trecousin of oƒ ¢nqrwpoi oƒ ™n tV polei trecousin = de mensen in de stad rennen. (niet: de mensen rennen in de stad!!)
      • Ð nun basileuj = de huidige koning
  • verschil van betekenis door plaatsing lidwoord bij:
    • paj
      • zonder lidwooErd bij paj en zelfstandig naamwoord: in ev = elk(e) ; in mv. = alle
        • pasa polij of polij pasa = elke stad
        • pasai poleij = alle steden
      • met lidwoord voor paj of zelfstandig naamwoord: in ev: (ge)heel ; in mv. = alle, al de
        • pasa ¹ polij of ¹ polij pasa = heel de stad, de stad in haar geheel
        • ¹ pasa polij = de hele stad
        • pantej oƒ ¢nqrwpoi of oƒ ¢nqrwpoi pantej = al de mensen
        • oƒ pantej ¢nqrwpoi = de hele mensheid
    • ¢lloj
      • zonder lidwoord ervoor: = ander
        • ¢llh cwra = een ander land
      • met lidwoord = de rest, de overige
        • ¹ ¢llh cwra = de rest van het land
    • mesoj (en woorden die een uiterste aanduiden)
      • zonder lidwoord ervoor = het midden van (de top van, het uiteinde van)
        • mesh ¹ nhsoj = het midden van het eiland
      • met lidwoord ervoor = middelste (hoogste , uiterste)
        • ¹ mesh nhsoj = het middelste eiland
  • overige bijzonderheden
    • bij (eigen)namen heeft het Grieks vaak het lidwoord; soms met de gedachte "bekende"
      • Ð Swkrathj = (de bekende) Sokrates
      • ¹ 'Attikh = Attika
    • in algemene zegswijzen gebruikt het Grieks een lidwoord, wij meestal niet:
      • dei ton paida timan ton presbuteron = het is nodig dat kinderen ouderen respecteren of een jongere dient een oudere te respecteren
    • Ð men .... Ð de ; oƒ men .... oƒ de ; Ð de (en andere lidwoorden zonder substantief)
      • Ð men .... Ð de = de een .... de ander
        • Ð men grafei, Ð de ™pilegei = de een schrijft, de ander leest
      • oƒ men .... oƒ de = sommigen .... anderen
        • oƒ men pareisin, oƒ de oÙ = sommigen zijn er, anderen niet
        • ta men `Ellhsi, ta men barbaroisi ¢podecqenta = (daden) deels door de Grieken,, deels door de niet_Grieken
          verricht. (Herodotus, Historiae 1.0.3)
      • Ð de (en andere lidwoorden zonder substantief) = "en hij, maar hij" etc.
        • Ð d' e„pen = en/maar hij zei
    • substantivering: het lidwoord kan van bijna alles een substantief maken
      • oƒ ¢gaqoi = de goeden
      • ta kaka = de rampen
      • oƒ nun = de mensen van nu / tegenwoordig
      • ta spoudeuestera = de meer serieuze aangelegenheden
      • to nikan = het overwinnen
      • ¢rcei tou grafein biblion = hij begint met het schrijven van een brief
      • oƒ ™f' ¹mwn = onze tijdgenoten
      • ta proj ton polemon = de oorlogsvoorbereidingen
      • Ð legwn = de spreker (zie ook: ptcp )
    • Ð + gen. = de zoon van
  •  

     
     
     
     
     
     
     
     

    CvTE minimumlijst

    Syntaxis Grieks overzicht

    GRIEKS

    Als je het Griekse font nog niet hebt gedownload en geïnstalleerd, doe dat dan eerst hier.

    Griekse Grammatica

    1. vormleer: deze behandelt de vormen, verbuiging en vervoeging van de verschillende woordsoorten
    2. syntaxis: deze behandelt het vormen van structuur in zinnen en van zinsverband

    stilistica en taaleigen
    zie bij vormleer.

    Syntaxis per onderdeel

    1. Congruentie
    2. Gebruik lidwoord
    3. Functies naamvallen
      1. Nominativus
      2. Genitivus
      3. Dativus
      4. Accusativus
    4. Gebruik voorzetsels
      1. met genitivus
      2. met dativus
      3. met accusativus
      4. met gen. èn acc.
      5. met gen, dat.. èn acc
    5. Gebruik van de infinitivus
    6. Gebruik van participium
    7. Gebruik van de modi
    8. Tijd en aspect
    9. Vraagzinnen
    10. Bijzinnen
      1. causale
      2. concessieve
      3. conditionele
      4. declaratieve
      5. finale
      6. relatieve
      7. temporele
    11. Ontkenningen