Gebruik van het lidwoord bij Homeros


Homeros kent nog niet het lidwoord als zodanig: dus bv.
¢nhr = man, een man, de man!

Komt bij Homeros één van de vormen van het lidwoord voor dan is het ofwel aanwijzend (wat het lidwoord oorspronkelijk was) ofwel persoonlijk ofwel betrekkelijk voornaamwoord! (naast de gewone vormen van het betr. vnw.,
alleen de nom. ev. M en O van het betr. vnw. is altijd: Ðj resp. Ð )
Vormen en voorbeelden zie hieronder: betr.vnw; aanw. vnw; pers. vnw

Ð, ¹, to bij Homeros

M
V
O
 
enkelvoud
nom. Ð (Ðj als betr.) ¹ to (Ð als betr.)
gen. tou, toio thj tou
dat. tJ tV tJ
acc. ton thn to
 
meervoud
nom. oƒ, toi aƒ, tai ta
gen. twn twn, tawn twn
dat. toisi tVsi toisi
acc. touj taj ta

 
  • Voorbeelden lidwoord als betrekkelijk voornaamwoord
    • ta men .... ™xepraqomen, ta dedastai, = de dingen die wij buitgemaakt hebben, die zijn verdeeld. (Hom. Ilias I, 125).
    • nhpioi, kata ... ºsqion = de dwazen, die ......opaten (Hom.Od. I, 8)
    • thn 'Wkeanoj teke paida = die Okeanos verwekte als zijn kind (Hom. Od. X, 139)
  • Voorbeelden lidwoord als aanwijzend voornaamwoord
    • ta men .... ™xepraqomen, ta dedastai, = de dingen die wij buitgemaakt hebben, die zijn verdeeld. (Hom. Ilias I, 125).
    • twn ¡moqen ge = van die dingen zomaar ergens beginnend (Hom. Od. I, 10)
    • touj ¢llouj .... ˜tairouj = die andere ...makkers (van me) (Hom. Od. IX, 100)
    • ¢ndra ton Ðj = die man, die (Hom. Od. X, 74)
  • Voorbeelden lidwoord als persoonlijk voornaamwoord , in dit geval vaak vergeld van woordjes als: men, de, gar ge.
    • Ðj g' ìj e„pwn kat' ¢r' ˜zeto = hij, na zo geproken te hebben, ging dan zitten (Hom. IL. I,101)
    • Ton d' .......= (En) hem ........... (Hom. IL. I, 121,130, 148, 172 etc.)
    • polla d' Ð g' ™n pontJ paqen ¢lgea = en hij leed vele smarten op zee (Hom. Od. I, 4)
    • aÙtar Ð toisin ¢feileto = en hij ontnam aan hen ...(Hom. Od. I, 9)
    • d' .... migen = en zij mengden zich onder ...(Hom. Od. IX, 91)
    • tou kai dwdeka.... gegaasin = en van hem leven er ook twaalf...(Hom. Od. X, 5)
    • twn ƒkosmeqa polin = in de stad van hen kwamen wij aan..(Hom. Od. X, 13)
  • Voorbeelden lidwoord als lidwoord
    • tV dekatV = op de tiende dag (Hom. Od. X, 29)
    • d' ˜taroi = de makkers (Hom. Od. X, 34)