vereiste minimumkennis vormleer in 2018

Modi in hoofdzinnen

  • Indicativus:
    • zonder ¢n:
      • de indicativus zonder ¢n wordt gebruikt voor het meedelen van feiten of voor het vragen naar feiten, zonder dat de spreker/ schrijver zijn visie of mening daaraan toevoegt. realis (ontkenning )
        • ¢lhqestata legeij = jij spreekt de zuivere waarheid.
    • met ¢n:
      • de indicativus met ¢n wordt gebruikt als de spreker/schrijver dat iets onmogelijk of onwerkelijk is: irrealis:(ontkenning )
        • ind. imprf. (duratief aspect) :heden
          • ™poioun ¢n = ik zou het doen
        • ind. aor. (punctueel aspect) : verleden
          • ™poihsa ¢n = ik zou het gedaan hebben
      • zie verder bij conditionele bijzinnen.
    • met e„qe of e„ gar: (ontkenning = mh)
      • ind. imperf.: onvervulbare wens voor het heden
        • e„qe ™gigneto = (och) mocht dat gebeuren
      • ind. aor.: onvervulbare wens voor het verleden
        • e„qe ™geneto = (och) mocht dat gebeurd zijn
  • Imperativus: (ontkenning mh) geeft een bevel te kennen
    • imperativus praesentis: een meer algemeen bevel:
      • pine Ødwr, touto gar Øgiestaton = drink water, want dat is zeer gezond
    • imperativus aoristi: bij een bepaald geval:
      • piqi À ¢piqi = drink of ga weg
      N.B.: er bestaan ook imperativi voor de 3e persoon (ev. en mv.), maar die behoren niet tot de basiskennis.
  • Coniunctivus:
    • adhortativus: een aansporing in de 1e persoon, vaak ingeleid door ¢ge (dh); ontkenning: mh.
      • ¢ge luwmen thn gefuran = komaan laten wij de brug afbreken
      • ¢geq' ....peiqwmeqa pantej = komaan laten wij allen gehoorzamen (Hom. Od. XII, 213)
      • nun men .peiqwmeqa .. dorpon q' Ðplisomesqa = laten wij nu gehoorzamen ..... en een maaltijd klaarmaken (Hom. Od. XII, 291/92)
    • dubitativus: een weifeling of aarzeling, vaak ook in de 1e persoon; ontkenning: mh.
      • pîj luwmen thn gefuran; = hoe moeten wij de brug afbreken?
    • prohibitivus: een momenteel verbod in de 2e (soms 3e) persoon in de coni. aoristi; ontkenning: mh.
      • mh lusVj thn gefuran = breek de brug niet af
  • Optativus:
  • een vervulbare wens: vaak ingeleid door: e„qe of e„ gar: och, moge; mocht toch; ontkenning: mh
    • e„qe ¢kribwj manqanoien = och, mogen nauwkeurig leren
  • met ¢n:
    • potentialis: een mogelijk, een (zwak) kunnen of zullen; ontkenning :
      • pisteuoimen ¢n aÙtù = wij kunnen hem wel vertrouwen
      • oÙk ¢n punqanoito ta chrhmata = hij zal wel niet vragen naar het geld
    • een bescheiden uiting van z'n mening, een vriendelijk bevel:
      • legoimi ¢n = ik zou (zo) zeggen
      • cwroij ¢n e„sw = je zou wel eens naar binnen kunnen gaan
 
 
 
 
 
 

CvTE minimumlijst

Syntaxis Grieks overzicht

GRIEKS

Als je het Griekse font nog niet hebt gedownload en geïnstalleerd, doe dat dan eerst hier.

Griekse Grammatica

  1. vormleer: deze behandelt de vormen, verbuiging en vervoeging van de verschillende woordsoorten
  2. syntaxis: deze behandelt het vormen van structuur in zinnen en van zinsverband

stilistica en taaleigen
zie bij vormleer.

Syntaxis per onderdeel

  1. Congruentie
  2. Gebruik lidwoord
  3. Functies naamvallen
    1. Nominativus
    2. Genitivus
    3. Dativus
    4. Accusativus
  4. Gebruik voorzetsels
    1. met genitivus
    2. met dativus
    3. met accusativus
    4. met gen. èn acc.
    5. met gen, dat.. èn acc
  5. Gebruik van de infinitivus
  6. Gebruik van participium
  7. Gebruik van de modi
  8. Tijd en aspect
  9. Vraagzinnen
  10. Bijzinnen
    1. causale
    2. concessieve
    3. conditionele
    4. declaratieve
    5. finale
    6. relatieve
    7. temporele
  11. Ontkenningen