vereiste minimumkennis vormleer in 2018

Bijzinnen van tijd/Temporele bijzinnen

  • Temporele bijzinnen worden ingeleid door o.a.:
    • Ðte, Ðpote, æj = toen, nu, wanneer
    • ™pei, ™peidh = nadat, toen
    • prin = voordat (prin kan ook gevolgd worden door inf.!)
  • Temporele bijzinnen kunnen een mededeling bevatten van:
    • één feit:
      • in het heden of verleden: indicativus; ontkenning .
        • voorbeelden:
          • ™pei ™j limena kluton ºlqomen = toen wij in de beroemde haven kwamen/gekomen waren (Hom. Od. X, 87)
          • ™pei kaka farmak' ™dwken = nadat zij kwalijke toverkruiden gegeven had (Hom. Od. X, 213)
          • ™pei dwken te kai ™kpion = nadat zij het gegeven had en zij het hadden opgedronken (Hom. Od. X, 237)
          • ¢ll' Ðte dh ¢r' ™mellon .... ƒxesqai = maar toen ik dan op het punt stond ...te bereiken (Hom. Od. X, 275/6)
          • ™pei dwken te kai ™kpion oÙde m' ™qelxe = nadat zij het gegeven had en ik het had opgedronken, maar zij mij niet betoverd had (Hom. Od. X, 318)
          • æj ™nohsen ™m' ¹menon = toen zij mij zag zitten (Hom. Od. X, 375)
          • ¢ll' Ðte dh thn nhson ™leipomen = maar toen wij dan het/dat eiland achter ons lieten (Hom. Od. XII, 201)
      • in de toekomst: coniunctivus pr./aor. + ¢n ,de zgn. coni. futuralis, voor uitleg klik hier.
        • voorbeelden:
          • Ðtan proj o„kouj naustolws' = wanneer zij naar hun huizen zullen terugvaren (Eur. Troi. 77)
          • Ðtan ... ™xiV kalwj = wanneer ....... zal uitvaren (Eur. Troi. 94)
          • Ðppote ken Kirkh s' ™lasei = wanneer Kirke jou zal voortdrijven (Hom. Od. X, 293)

    • een algemeen of zich herhalend feit:
      • in het heden of de toekomst: coniunctivus + ¢n (generalis/iteratief), voor uitleg klik hier.
        • voorbeelden:
          • æj d' Ðt' ¢n ... kunej...sainwsi = zoals wanneer honden ..kwispelen (Hom. X, 216/7)
      • in de verleden: optativus (zonder ¢n!) de zgn. optativus iterativus
        • voorbeelden:
          • Ðt' ™xemeseie ..... ¢ll' Ðt' ¢nabroxeie = telkens wanneer zij uitspuwde .... maar telkens wanneer zij opslurpte (Hom. Od. XII, 237 + 240)
  • Speciaal Homeros:
    • Ñfra ..... tofra = terwiijl .... in die tijd (Homerus)
      • voorbeelden:
        • Ñfra oƒ touj Ñlekon ... tofra = terwijl zij hen doodden ..., in die tijd.. (Hom. Od. X, 125/6)
    • ºmoj = toen (Homeros)
      • voorbeelden:
        • ºmoj d'ºrigeneia fanh ·ododaktuloj 'Hwj = toen de vroeg in de ochtend geboren rozenvingerige Dageraad verscheen (Hom. Od. X, 187)
 
 
 
 
 
 
 

Voorbeelden:

  • Ð uƒoj toiouoj ™stin, oƒoj pathr = de zoon is zo(danig), (zo)als de vader
  • oƒoj Ð pathr, tosoutoj Ð uƒoj ™stin = zo(danig) als de vader is, zo(danig) is de zoon; zo vader, zo zoon

Let op:

  • Ðsoi / Ðsa met of zonder pantej / panta = allen die / alles wat

CvTE minimumlijst

Syntaxis Grieks overzicht

GRIEKS

Als je het Griekse font nog niet hebt gedownload en geïnstalleerd, doe dat dan eerst hier.

Griekse Grammatica

  1. vormleer: deze behandelt de vormen, verbuiging en vervoeging van de verschillende woordsoorten
  2. syntaxis: deze behandelt het vormen van structuur in zinnen en van zinsverband

stilistica en taaleigen
zie bij vormleer.

Syntaxis per onderdeel

  1. Congruentie
  2. Gebruik lidwoord
  3. Functies naamvallen
    1. Nominativus
    2. Genitivus
    3. Dativus
    4. Accusativus
  4. Gebruik voorzetsels
    1. met genitivus
    2. met dativus
    3. met accusativus
    4. met gen. èn acc.
    5. met gen, dat.. èn acc
  5. Gebruik van de infinitivus
  6. Gebruik van participium
  7. Gebruik van de modi
  8. Tijd en aspect
  9. Vraagzinnen
  10. Bijzinnen
    1. causale
    2. concessieve
    3. conditionele
    4. declaratieve
    5. finale
    6. relatieve
    7. temporele
  11. Ontkenningen