vereiste minimumkennis vormleer in 2018

Voorzetsels met genitivus, dativus of accusativus

  • ™pi , ™p', ™f' = +gen.
    • op
      • ™p' ºpeirou bhmen = wij gingen op het/ aan land (Hom. Od. IX, 85; X, 56)
    • ten tijde van
  • ™pi , ™p', ™f' = +dat.
    • op, bij, in
      • ™pi cqoni = in/op het land (Hom. Od. IX, 89)
      • ™pi klhisi kaqizon = zij bij de dollen zitten (Hom. Od. IX, 103)
    • (onmiddelijk) na
    • overdrachtelijk:
  • ™pi , ™p', ™f' = +acc.
    • op ... af, naar, tegen
      • ™pi touton qhsei = daarop zal zij leggen (Her. I, 9) {hier + acc. omdat er in het neerleggen beweging zit!}
      • ™pi thn eÙnhn = naar het bed (Her. I,9)
      • ponton ™p' „cquoenta = ..de visrijke zee op (Hom. Od. IX, 83)
      • ™gwn ™pi nhaj ¢gon = ik voerde hen mee naar de schepen (Hom. Od. IX, 98)
      • aÙtij ™p' A„olihn nhson = terug naar het eiland Aiolië (Hom. Od. X, 55)
    • gedurende
      • tou ™p' ¹merhn ™contoj = (dan) hem, die genoeg voor een dag (Her. I,32)
  • ™pi , ™p', ™f' in samenstellingen: op, bij, op...af
  • para , par' = +gen.
    • van (de kant van)
      • dwra par' A„olou = geschenken van de kant van Aiolos (Hom. Od. X, 36)
  • para , par' = +dat.
    • (vlak) bij
      • para toij Ludoisi kai para toisi ¢lloisi = bij de Lydiërs en bij de anderen (Her. I,10)
      • par' ™moi = wat mij betreft, volgens mij (Her. I,32 )
      • qoVj para nhusin = bij de snelle schepen (Hom. Od. IX, 86)
  • para , par'= +acc.
    • naar, langs, bij
      • para 'Amasin... para Kroison= bij Amasis ... bij Kroisos (Her. I,30)
      • para ta ˜bdomhkonta ™tea = bij de 70 jaren (Her. I,32)
    • gedurende
    • tegen, in strijd met
  • para , par' in samenstellingen: bij, langs
  • peri = +gen.
    • over, aangaande
      • peri tou e„deoj = (sprekend) over de schoonheid/ het uiterlijk (Her. I,8)
      • peri seo = over u (Her. I, 30)
      • ¢nqtrwphiwn prhgmatwn pšri = over menselijke aangelegenheden (Her. I, 32)
  • peri = +dat.
    • om, voor
  • peri = +acc.
    • om(heen), omstreeks, jegens
      • min pšri teicoj = rondom dat (eiland is) een muur (Hom. Od. X, 3)
  • peri in samenstellingen: om, over
  • proj = +gen.
    • van .. uit, van/aan de kant van
  • proj = +dat.
    • bij
      • proj toutJ, proj toutoisi = daarbij, bovendien (Her. I,30; I, 32)
  • proj = +acc.
    • naar...toe, tot, tegen
      • ™lege proj ton Gughn = hij zei tegen Gyges (Her. I,8)
  • proj in samenstellingen: bij, naar toe
  • Øpo , Øp', Øf' = +gen.
    • onder (...vandaan)
    • (bij passief ) door
      • Ñfqeisan Øpo seu = gezien door jou (Her. I, 9)
      • Øpo ¢llwn ¢pollusqai = door anderen gedood worden (Her. I, 11)
      • ™xeinizeto Øpo tou Kroisou = hij werd gastvrij onthaald door Kroisos (Her. I, 30)
      • teireto ....Øp' e„resihj ¢legeinhj = werd vermoeid door het pijnlijke roeien (Hom. Od. X, 77)
  • Øpo , Øp', Øf' = +dat.
    • onder
  • Øpo , Øp', Øf' = +acc.
    • onder, naar, tegen
      • Øpo thn aÙt¾n qurhn = tegen/achter dezelfde deur (Her. I, 12)
      • Øpo zuga dhsa = ik bond ze vast onder de roeibanken (Hom. Od. IX, 99)
  • Øpo , Øp', Øf' in samenstellingen: onder, langzaam, heimelijk
 
 
 
 
 

CvTE minimumlijst

Syntaxis Grieks overzicht

GRIEKS

Als je het Griekse font nog niet hebt gedownload en geïnstalleerd, doe dat dan eerst hier.

Griekse Grammatica

  1. vormleer: deze behandelt de vormen, verbuiging en vervoeging van de verschillende woordsoorten
  2. syntaxis: deze behandelt het vormen van structuur in zinnen en van zinsverband

stilistica en taaleigen
zie bij vormleer.

Syntaxis per onderdeel

  1. Congruentie
  2. Gebruik lidwoord
  3. Functies naamvallen
    1. Nominativus
    2. Genitivus
    3. Dativus
    4. Accusativus
  4. Gebruik voorzetsels
    1. met genitivus
    2. met dativus
    3. met accusativus
    4. met gen. èn acc.
    5. met gen, dat.. èn acc
  5. Gebruik van de infinitivus
  6. Gebruik van participium
  7. Gebruik van de modi
  8. Tijd en aspect
  9. Vraagzinnen
  10. Bijzinnen
    1. causale
    2. concessieve
    3. conditionele
    4. declaratieve
    5. finale
    6. relatieve
    7. temporele
  11. Ontkenningen