vereiste minimumkennis vormleer in 2018

Vraagzinnen

  • Directe vraagzinnen:
    • eenledige vraagzinnen worden ingeleid door:
      • vragend voornaamwoord
      • vragend pronomen correlativum
      • vragend adverbium correlativum
      • vraagpartikels:
      • geen verwacht antwoord, geeft aan dat het vraag is: onvertaald:
        • «ra.....;
          • «ra safwj legw; = spreek ik duidelijk?
        • Ã.....;
          • Ã boulei; = wil je het?
      • verwachte antwoord is: ja, vertaling: (soms) niet?, toch wel?
        • «r' oÙ...;
          • «r' oÙ kalwj legousin; = spreken zij niet mooi? zij spreken toch mooi?
        • oÙ...;
          • oÙ ¢timon ™stin; = is het niet eerloos? het is toch eerloos?
        • oÜkoun....;
          • oÜkoun tod' ™stin deinon; = is dat niet verschrikkelijk?, dat is toch verschrikkelijk?
        • oÙkoàn .... (concluderend): dus (is het) toch:
          • oÙkoàn Ðmologoumeqa .....; = zijn we het niet ervover eens dat, we zijn het er dus over eens dat ...?
      • verwachte antwoord: nee: vertaling: wel?, toch niet?
        • («ra) mh ....;
          • «ra mh fobei; = je bent toch niet bang?
        • mîn ....;
          • mîn ¢lgoj ™ceij; = je hebt toch geen pijn?
    • tweeledige vraagzinnen worden ingeleid door:
      • poteron , potera ...... ½ = ...... of
      • ......... ½ = ....... of
    • Let op:
      • oÜkoun....; = niet..?, toch wel? accent op oÙk (niet)!
      • oÙkoàn ... = concluderend: dus, toch? accent op oÙn (dus)!

  • Indirecte (afhankelijke) vraagzinnen:
    • tijd en modi als in directe vragen, alleen na historische tijden kan ook de optativus obliquus gebruikt worden.
 
 
 
 
 
 
 

 

CvTE minimumlijst

Syntaxis Grieks overzicht

GRIEKS

Als je het Griekse font nog niet hebt gedownload en geïnstalleerd, doe dat dan eerst hier.

Griekse Grammatica

  1. vormleer: deze behandelt de vormen, verbuiging en vervoeging van de verschillende woordsoorten
  2. syntaxis: deze behandelt het vormen van structuur in zinnen en van zinsverband

stilistica en taaleigen
zie bij vormleer.

Syntaxis per onderdeel

  1. Congruentie
  2. Gebruik lidwoord
  3. Functies naamvallen
    1. Nominativus
    2. Genitivus
    3. Dativus
    4. Accusativus
  4. Gebruik voorzetsels
    1. met genitivus
    2. met dativus
    3. met accusativus
    4. met gen. èn acc.
    5. met gen, dat.. èn acc
  5. Gebruik van de infinitivus
  6. Gebruik van participium
  7. Gebruik van de modi
  8. Tijd en aspect
  9. Vraagzinnen
  10. Bijzinnen
    1. causale
    2. concessieve
    3. conditionele
    4. declaratieve
    5. finale
    6. relatieve
    7. temporele
  11. Ontkenningen