vereiste minimumkennis vormleer in 2019

Vormleer Grieks overzicht

grieks

CvTE minimumlijst

Als je het Griekse font nog niet hebt gedownload en geïnstalleerd, doe dat dan eerst hier.

Griekse Grammatica

  1. vormleer: deze behandelt de vormen, verbuiging en vervoeging van de verschillende woordsoorten
  2. syntaxis: deze behandelt het vormen van structuur in zinnen en van zinsverband
  3. stilistica:
    1. a - c
    2. d - m
    3. n - z
    4. Herodotus
      1. algemeen
      2. werkwoorden
      3. naamwoorden
      4. pronomina
    5. narratologie

Vormleer per onderdeel

  1. lidwoord
  2. zelfstandig naamwoord
    1. -a / -h stammen
    2. -o stammen
    3. medeklinker stammen
  3. bijvoeglijk naamwoorden
    1. -o / -a stammen
    2. medeklinker stammen
    3. megaj en poluj
  4. trappen van vergelijking
  5. bijwoorden
    1. correlativa
  6. telwoorden
  7. voornaamwoorden
    1. aanwijzende
    2. onbepaalde
    3. vragende
    4. persoonlijke
    5. bezittelijke
    6. betrekkelijke
    7. wederkerende
    8. corresponderende
    9. indirect reflexiva
  8. werkwoorden
    1. luw Act.
    2. luw Med.
    3. luw Pas.
    4. contracta A
    5. contracta M/P
    6. athematisch. A
    7. athematisch. M
    8. athematisch. P
    9. e„m… en emi
  9. stamtijden compl.
    1. onr. aoristi
    2. onr. futura
    3. onr. perfecta

     

 

 

Naast de CvTE minmumlijst worden bij het centrale examen 2019 zowel bij de vragen als de annotatie ook nog onderstaande verschijnselen bekend verondersteld.

Bijzonderheden taaleigen Herodotus:
Algemeen

1. In het Ionisch is vaak de -h i.p.v. in het Attisch de lange -a, ook na e, i of r !!
Voorbeelden:
III, 39, 1      strathihn                  i.p.v. strateian
III, 39, 9      ta prhgmata            i.p.v. ta pragmata
III, 40, 5      prhssonta                i.p.v. prattonta      (zie ook nr. 5)
2. Ionische psilosis (het verlies van aspiratie)
     In het Ionisch werd een
geaspireerde medeklinker zonder h (aspiratie) uitgesproken, dit verschijnsel noemt men psilosis. Dit is ook
     in de tekst zichtbaar na een prepositie of voorvoegsel, maar ook midden in een woord. (In de tekst blijft de Attische spiritus asper echter
     wel geschreven.)
    Voorbeelden:
III, 39, 7      dekomenoj                      i.p.v. decomenoj
III, 41, 2      ™p' ñ                                  i.p.v. ™f' ñ
III, 41, 9      ¢pikomenoj                  i.p.v. ¢fikomenoj

 
3. (Nog) niet-samengetokken (niet-gecontraheerde) vormen:
In het Ionisch blijft contractie (samentrekking) meestal achterwege bij ea, ee, eei, eh, eo, ew en ao. eo trekt soms samen tot eu.
Voorbeelden:
III, 39, 2     Polukratea                            i.p.v. Polukrath
III, 39, 10   ™cwree                                       i.p.v. ™chwrei
III, 42,10    poieumenoj                              i.p.v. poioumenoj
4. Het Ionisch heeft in bepaalde gevallen k i.p.v. een r .
Voorbeelden:
III, 39, 10    Ðkou                                i.p.v. Ðpou
III, 40, 1      kwj                                   i.p.v. pwj
III, 40, 9      oÙdena .. kw                i.p.v. oÙdena ... pw
5. Het Ionisch heeft -ss- i.p.v. -tt-.
Voorbeelden:
III, 40, 5       prhssonta                        i.p.v. prattonta   
V, 92a, 9    fulassontej                   i.p.v. fulattontej
6. Herodotus gebruikt altijd çn i.p.v. het Attische oÙn:
Voorbeelden: III, 40, 10; III, 41, 5; V, 92b, 7.
7. Bij Herodotus vinden vinden we meestal het voorzetsel ™j i.p.v. e„j, ook in samenstellingen.
Voorbeelden:
III, 40, 3       ™j                             i.p.v. e„j
III, 41, 6       ™sebh                      i.p.v. e„sebh
III, 42, 14     ™shlqe                   i.p.v. e„shlqe