praesens/imperfectum activum emi = gaan

 

INDIC

ATIVUS

emi
gaan  

 

praesens

imperfectum

CONIUNC

OPTA

IMPERA

INFINITIVUS

1.ev

emi

Ïa

‡w

‡oimi

 

„šnai

2.ev

Ïeis(qa)

‡Vj

‡oij

‡qi

te gaan

3.ev

esi(n)

Ïei(n)

‡V

‡oi

 

PARTICIPIUM

1.mv

‡men

Ïmen

‡wmen

‡oimen

 

„wn ,ountoj

2.mv

‡te

Ïte

‡hte

‡oite

‡te

„ousa

3.mv

‡asi(n)

Ïsan

‡wsi(n)

‡oien

 

„on ,ontoj

 

ik ga,
ik zal gaan

ik ging

laat ik gaan

moge ik gaan

ga !

gaand

    gebruik inf.
Afwijkende vormen Homerus zie hier!
verbuiging ptcp
    vertaling ptcp
onregelmatige stamtijden
Tijd "praesens"
  • "praesens"
    • indicativus praesentis drukt tegenwoordige tijd uit
    • indicativus imperfecti drukt verleden tijd uit
    • andere modi drukken zich geen tijd uit of geven gelijktijdigheid aan
Aspect "praesens"
  • "praesens" aspect "niet afgesloten"
    • handeling/gebeurtenis/proces is/was nog aan de gang
    • beschrijving van situatie
    • de conatu: "proberen"; uit de tekst blijkt dat het beschrevene nog niet bereikt is/was