-+
werkvertaling Euripides' Hippolytus
Proloog 1 - 57
a. monoloog van Aphrodite






5




10




15




20



27
26
27
24
25
26
27
28

30




35




40




45




50





55


Aph

(Aphrodite komt op via één van de eisodoi.)

Ik een machtige en niet onbekende godin sta
bij de mensen bekend als Kypris en (ook) in de hemel:
van allen, die binnen de Zwarte Zee en de grenzen van het Atlasgebergte
wonen, terwijl ze het licht van de zon zien,
respecteer ik hen die ontzag hebben voor mijn macht
maar ik breng allen, die zich arrogant gedragen tegenover mij, ten val.
Want eigen aan het geslacht van de goden is dus ook hetvolgende:
wanneer zij geëerd worden door de mensen verheugen zij zich.
Ik zal de waarheid van deze woorden spoedig aantonen.
Want de zoon van Theseus, een telg van een Amazone,
Hippolytus, een pleegzoon van de verheven/vrome Pittheus,
zegt als enige van de burgers van dit land van Trozen,
dat ik de slechtste van de god(hed)en ben:
hij wijst het bed (sex) af en heeft geen belangstelling voor het huwelijk,
maar de zuster van Phoebus, Artemis, dochter van Zeus,
vereert hij, omdat hij haar als de grootste van de god(hed)en beschouwt,
terwijl hij altijd overal in het groene bos samen is met de maagd
haalt hij met snelle honden het wild weg van het land,
nu hij terecht is gekomen in een groter/hoger gezelschap dan dat van mensen.
Op die dingen ben ik nu niet jaloers: waarom is het nodig dat ik (dat ben)?
Voor de dingen die hij tegen heeft misdaan zal ik Hippolytus
straffen op deze dag: omdat ik het meeste
al lang geleden voorbereid heb, heb ik niet veel inspanning (meer) nodig.
Want nadat Phaedra,
de edelgeboren echtgenote van zijn vader
hem gezien had
toen hij eens uit het paleis van Pittheus gekomen was
om als ingewijde de geheimen van plechtige mysterieën te aanschouwen,
naar het land van Pandion,
werd zij in haar hart gegrepen
door een verschrikkelijke liefde volgens mijn plannen.
en voordat zij naar dit land van Trozen ging,
heeft zij vlak naast de rots van Pallas, die uitzicht heeft
op dit land, een tempel laten oprichten voor Cypris,
omdat ze verliefd was op een buitenlandse/verre liefde, voor Hippolytus
zullen ze in het vervolg zeggen dat de tempel van de godin opgericht is:
nu Theseus het land van Cecrops verlaten heeft
vluchtend voor de bezoedeling met het bloed van de zonen van Pallas
en naar dit land is gevaren samen met zijn echtgenote
omdat hij heeft ingestemd/berust met/in een buitenlandse ballingschap van een jaar,
nu zuchtend en buiten zinnen geraakt
door de angels van de liefde komt de ongelukkig om
in stilte, en niemand van de huisgenoten is op de hoogte van haar ziekte.
maar het is nodig dat deze liefde volstrekt niet op die manier afloopt,
maar ik zal Theseus de zaak duidelik maken, en hij zal aan het licht komen.
En de vader zal de ons vijandig gezinde jongeman
dodendoor de vervloekingen die de heerser
van de zee Poseidon aan Theseus verleende als eergeschenk
namelijk om niets tevergeefs tot driemaal toe tot de god te bidden:
Maar zij komt om, weliswaar eervol, maar toch
Phaedra; want de ellende van haar zal ik niet zwaarder laten wegen
dan het feit dat mijn vijanden mij niet zoveel genoegdoening
verschaffen dat het goed voor mij is.

Maar genoeg want ik zie de zoon van Theseus hier
komen, nadat hij de inspanning van de jacht achter zich heeft gelaten,
Hippolytus, ik zal weggaan van deze plaatsen.
Een grote achter hem aan lopende menigte dienaren
zingt samen met hem, terwijl ze de godin Artemis eren
met hymnen: want hij weet niet dat de poorten open staan
van de Hades en dat hij dit licht voor het laatst ziet.

(Aphrodite verlaat het toneel)