het gebruik van infinitivi in het grieks

Voorbeelden

  1. Infinitivusconstructies
    1. acc. cum inf. : ipv Ðti of æj gebruikt het Grieks bij een "dat"-zin ook wel de aci dwz ondw. staat in acc. en de pv in de inf. Vertaling: eerst "dat" dan de acc. als onderwerp dan de inf. als persoonsvorm:
      1. faskwn ™me sofwtaton e„nai = wanneer hij zegt dat ik de wijste ben (Plato Apol)
      2. ™nomize oƒ e„nai gunaika = hij meende dat (aan hem een vrouw was =) hij een vrouw had (Her. I,8)
      3. ™nomize oƒ e„nai gunaika = hij meende dat (aan hem een vrouw was =) hij een vrouw had (Her. I,8)
      4. crhn gar KandaulV genesqai kakwj = want het was nu eenmaal zo dat <het> voor/met Kandaules slecht <moest> aflopen (Her. I,8)
      5. oÙ gar se dokew peiqesqai moi = want ik meen niet dat jij mij gelooft (Her. I,8)
      6. keleuwn me despoinan thn emhn qehsasqai gumnhn = mij bevelend dat ik mijn meesteres naakt (moet) aanschouwen (Her. I,8)
      7. skopeein tina ta ˜wutou = dat iemand naar zijn eigen zaken moet kijken (Her. I,8)
      8. 'Egw de peiqomai ™keinhn e„nai = Ik geloof graag dat zij ...is (Her. I,8)
      9. oÙden dokewn aÙthn ™pistasqai = menend dat zij niets ... wist (Her. I,11)
      10. se .... ¢poqnVskein dei = het is nodig dat jij sterft (Her. I,11)
      11. dei ¢pollusqai º se = het is nodig dat of jij sterf (Her. I,11)
      12. ™dee º aÙton ¢polwlenai º Kandaulea = het was nodig dat of hijzelf of Kandaules dood was (Her. I,12)
      13. kai m' ™fasan cruson te kai ¢rguron o„kad' ¢gesqai = en zij zeiden dat ik goud en zilver voor mijzelf mee naar huis nam (Hom. Od. X, 35)
  2. Infinitivus als zelfstandig naamwoord
    1. ¢ndra Ùfqhnai gumnon = het een man naakt zien / het naakt zien van een man (Her. I,10)
  3. nom. cum inf.