aÙtÒj, aÙt», aÙtÒ die, dat, hij, zij, het, zelf

M
F
N
 
enkelvoud
nom. aÙtÒj aÙt» aÙtÒ
gen. aÙtoà aÙtÁj aÙtoà
dat. aÙtù aÙtÍ aÙtù
acc. aÙtÒn aÙt»n aÙtÒ
 
meervoud
nom. aÙto… aÙta… aÙt£
gen. aÙtîn aÙtîn aÙtîn
dat. aÙto‹j aÙta‹j aÙto‹j
acc. aÙtoÚj aÙt£j aÙt£

 

Ð aÙtÒj, ¹ aÙt», to aÙtÒ dezelfde, hetzelfde

Let op
: meestal bestaat dit uit een vorm van autÒj met het lidwoord er los voor.
Maar ook komt er samentrekking voor: (zie hieronder)

M
F
N
 
enkelvoud
nom. aØtÒj aØt» taÙtÒ
gen. taÙtoà thj aÙtÁj taÙtoà
dat. taÙtù taÙtÍ taÙtù
acc. ton aÙtÒn thn aÙt»n taÙtÒ
 
meervoud
nom. aØto… aØta… taÙt£
gen. twn aÙtîn twn aÙtîn twn aÙtîn
dat. toij aÙto‹j taij aÙta‹j toij aÙto‹j
acc. touij aÙtoÚj taj aÙt£j taÙt£

 

LET OP: bij alle vormen van aÙtÒj staat het accent op de laatste lettergreep

 

Vertaalstrategie bij vormen die beginnen met aut- : (uitgezonderd samengetrokken vormen). Volg het onderstaande stappenplan: (N.B. bij Hom. door het ontbreken van het lidwoord, steeds alle vertalingen mogelijk!)
  • staat het accent op de laatste lettergreep?
    • ja, ga door met stap 2
    • nee, kijk bij oØtoj
  • staat een lidwoord direkt ervoor?
    • ja, dan is het altijd "dezelfde"
    • nee, ga door met stap 3
  • staat het in de nominativus?
    • ja, dan is het altijd "zelf"
    • nee, ga door met stap 4
  • staat een woord erbij in zelfde nv., geslacht, getal?
    • ja, dan is het altijd "zelf"
    • nee, dan is het persoonlijk voornaamwoord van de 3e persoon: van hem/haar/het, ervan, van hen etc.
Let op: bij Homeros en/ of Herodotos komen ook de volgende vormen voor:
ev. dat. = aÙtù , aÙtÍ
ev. acc. ˜ = aÙtÒn
mv. gen. sfewn = aÙtîn
mv dat sfi = aÙto‹j , aÙta‹j
mv. acc. M/F sfeaj = aÙtoÚj, aÙt£j

mv. acc. N. sfea = aÙt£