Aanwijzende voornaamwoorden
(voor gebruik klik hier)

Ðde, ¹de, tode deze, dit

M
F
N
 
enkelvoud
nom. Ðde ¹de tode
gen. toude thsde toude
dat. tJde tVde tJde
acc. tonde thnde tode
 
meervoud
nom. oƒde aƒde tade
gen. twnde twnde twnde
dat. toisde taisde toisde
acc. tousde tasde tade

NB: dit aanwijzend vnw. is dus gelijk aan het lidwoord + de
NB2: Bij Homerus en Herodotos komen de bekende afwijkende vormen voor.

oØtoj, aÛth, touto die, dat, hij, zij, het

M
F
N
 
enkelvoud
nom. oØtoj aÛth touto
gen. toutou taÚthj toutou
dat. toutJ taÚtV toutJ
acc. touton taÚthn touto
 
meervoud
nom. oØtoi aÛtai taàta
gen. toutwn toutwn toutwn
dat. toutoij taÚtaij toutoij
acc. toutouj taÚtaj taàta
LET OP: oØtoj, aÛth, touto staat het accent nooit op de laatste lettergreep!! Staat er bij de aut- vormen wel een accent op de laatste lettergreep dan komt het van aÙtÒj ( zelf etc.)!! klik dan hier.
Bij Hom. en Her. komen de bekende afwijkende vormen voor.

 

™keinoj, -h, -on die, dat (ginds); hij, zij, het (in het Attisch)

M
F
N
 
enkelvoud
nom. ™keinoj ™keinh ™keino
gen. ™keinou ™keinhj ™keinou
dat. ™keinJ ™keinV ™keinJ
acc. ™keinon ™keinhn ™keino
 
meervoud
nom. ™keinoi ™keinai ™keina
gen. ™keinwn ™keinwn ™keinwn
dat. ™keinoij ™keinaij ™keinoij
acc. ™keinouj ™keinaj ™keina

(™)keinoj, -h, -on die, dat (ginds); hij, zij, het (bij Homeros en Herodotos)

M
F
N
 
enkelvoud
nom. (™)keinoj (™)keinh (™)keino
gen. (™)keinou, -oio (™)keinhj (™)keinou, -oio
dat. (™)keinJ (™)keinV (™)keinJ
acc. (™)keinon (™)keinhn (™)keino
 
meervoud
nom. (™)keinoi (™)keinai (™)keina
gen. (™)keinwn (™)keinewn, -awn (™)keinwn
dat. (™)keinoisi (™)keinVsi, Vj (™)keinoisi
acc. (™)keinouj (™)keinaj (™)keina
 
Gebruik:
  • bij de aanwijzende voornaamwoorden + zelfstandig naamwoord blijf meestal het lidwoord staan:
    • Ðde Ð polithj = deze burger
    • aátai aƒ gunaikej = die vrouwen
  • het aanwijzend voornaamwoord kan ook achteraan staan:
    • ta dwra ™keina = die geschenken
  • tevens kunnen aanwijzende voornaamwoorden als antecedent gebruikt worden