praesens/imperfectum activum emi = gaan

AC

 

INDIC

ATIVUS

emi
gaan  

 

TIO

P/G

praesens

imperfectum

CONIUNC

OPTA

IMPERA

INFINITIVUS

D

1.sg

emi

Ïa

‡w

‡oimi

 

„šnai

U

2.sg

Ïeis(qa)

‡Vj

‡oij

‡qi

te gaan

R

3.sg

esi(n)

Ïei(n)

‡V

‡oi

 

PARTICIPIUM

A

1.pl

‡men

Ïmen

‡wmen

‡oimen

 

„wn ,ountoj

T

2.pl

‡te

Ïte

‡hte

‡oite

‡te

„ousa

I

3.pl

‡asi(n)

Ïsan

‡wsi(n)

‡oien

 

„on ,ontoj

VA

vert

ik ga, ik zal gaan

ik ging

laat ik gaan

moge ik gaan

ga !

gaand

    gebruik inf.
    verbuiging ptcp
    vertaling ptcp
onregelmatige stamtijden
Tijd "praesens" (actio durativa)
  • "praesens" (actio durativa)
    • indicativus praesentis drukt tegenwoordige tijd uit
    • indicativus imperfecti drukt verleden tijd uit
    • andere modi drukken zich geen tijd uit of geven gelijktijdigheid aan
Aspect "praesens" (actio durativa)
  • "praesens" (actio durativa) aspect "niet afgesloten"
    • handeling/gebeurtenis/proces is/was nog aan de gang
    • beschrijving van situatie
    • de conatu: "proberen"; uit de tekst blijkt dat het beschrevene nog niet bereikt is/was