™moj, -h, -on=
mijn (verbogen als adi. op -oj )
soj, -h, -on =
jouw, uw (verbogen als adi. op -oj )
¹meteroj, -a ( -h bij Hom. en Her.), -on = onze (verbogen als adi. op -oj )
Ømeteroj, -a ( -h bij Hom. en Her.), -on = (van) jullie (verbogen als adi. op -oj )
aÙtou, aÙthj, aÙtwn = van hem, van haar, van hen; zijn, haar, hun
™keinou, ™keinhj, ™keinwn = van hem, van haar, van hen; zijn, haar, hun
˜autou, ˜authj, ˜autwn = zijn eigen, haar eigen, hun eigen

behoort tot de basiskennis