Gebruik van het lidwoord
Lidwoord bij attributief gebruik: de bepaling staat tussen het lidwoord en het nomen of erachte met herhaling van het lidwoord
  • Voorbeelden
    • thj ¢noigomenhj qurhj = van de geopend wordende deur (Her. I, 9)
    • ¹ gunh ¹ ™mh = mijn vrouw (Her. I, 9)
    • thn basilhihn thn Ludwn = het koningschap van/over de Lydiërs (Her. I,11)
    • ™k tou ™n Delfoisi crhsthriou = door (toedoen van het orakel in Delphi (Her. I,13)
    • to Kandaulew paqoj = het lijden van Kandaules(Her. I,13)
    • oƒ te tou Gugew stasiwtai = en de aanhangers van Gyges(Her. I,13)
    • oƒ loipoi Ludoi = de overige (rest van de) Lydiërs (Her. I,13)
    • ™n tJ makrJ cronJ = in de lange tijd (van het leven) (Her. I,32)
    • Ð mega plousioj = de zeer rijke (Her. I,32)
    • Ð ™p' ¹merhn ™cwn = hij, die voor een dag genoeg heeft (Her. I,32)