het gebruik van participia in het grieks

Partcipia zonder een lidwoord er direct voor in de nominativus
Klik hier voor uitleg over het hele participiumgebruik
Klik hier voor de VORMEN van de participia
Klik hier voor tijd/aspect participia

Voorbeelden

  1. het ptcp staat in de nominativus zonder een lidwoord direct ervoor: (hoort altijd bij het onderwerp! Naast een letterlijke vertaling zijn er de volgende mogelijkheden:
  2. Vertaling:
    1. part. praes.: gelijktijdig begin met het voegwoordje "terwijl", "wanneer", maak van het nomen onderwerp en vertaal het part. als persoonsvorm.
      1. faskwn (™me sofwtaton e„nai) = wanneer hij zegt (dat ik de wijste ben) (Plato Apol)
      2. ¢piwn ™logizomhn = terwijl ik wegging bedacht ik (Plato Apol)
      3. diaskopwn .. touton = terwijl ik hem ondervroeg (Plato Apol)
      4. dialegomenoj aÙtù = terwijl ik met hem sprak (Plato Apol)
      5. oÙk e„dwj = terwijl hij het niet weet / zonder iets/het te weten (Plato Apol.)
      6. a„sqanomenoj .. kai lupoumenoj kai dediwj = terwijl ik merkte en erover bedroefd was en bang ....(Plato Apol.)
      nekroi feromenoi = terwijl zij als lijken gedragen/gebracht worden (Eur. Troi. 388)
    2. part. perf..: gelijktijdig begin met het voegwoordje "terwijl, toen" maak van het nomen onderwerp en vertaal het part. als persoonsvorm. Bij het gebruik van het perf. zag de Griek het resultaat voor zich:
      leloumenoj = toen hij gewassen was dwz: fris gewassen (Plato Phaedo)
    3. part. aor.: voortijdig begin met het voegwoordje "nadat" maak van het nomen onderwerp en vertaal het part. als persoonsvorm.
      1. tauta gar ™gw ¢kousaj = nadat ik dat gehoord had (Plato Apol)
      2. staj par' aÙtÒn = nadat hij bij hem was gaan/blijven staan(Plato Phaedo)
      3. dialecqeij te kai ™pisteilaj = nadat hij (met hem) gesproken had en opgedragen had (Plato Phaedo)
      4. (su) ™cqran thn prin ™kbalousa = (jij) nadat je de vroegere haat hebt afgelegd (Eur. Troi. 59)
      bolaj labousa = nadat je de schichten ontvangen hebt (Eur. Troi. 92/93)
    4. nom. cum participio: vertaal als a.c.i: vul in "dat", dan het ondw. dan part. als persoonsvorm.
      1. sunoida ™mautJ sofoj çn = ik ben mij(zelf) bewust dat ik wijs ben (in) (Plato Apol)