Het gebruik van het participium algemeen

Alle participia, behalve die van het futurum, drukken in de eerste plaats het aspect uit, daarnaast drukken zij een relatieve tijd ten opzichte van het hoofdwerkwoord uit! Voor de verbuigingen van de participia klik hier.
  • part. praes.:
    • aspect: duratief (soms conatief)
    • relatieve tijd: meestal gelijktijdig
  • part. aoristus:
    • aspect: punctueel; denk ook aan ingressief
    • relatieve tijd: meestal voortijdig, meermalen ook gelijktijdig
  • part. perf.:
    • aspect: ingetreden toestand of resultaat van een handeling
    • relatieve tijd: de toestand of het resultaat (eerder ingetreden) is gelijktijdig !!
  • part. futurum:
    • met of zonder æj betekent altijd 'om te'

Als je een participium in de tekst tegenkomt moet je, voordat je het gaat vertalen, één van de volgende dingen constateren:

  1. er staat een lidwoord direct voor het ptcp: dan kun je het alsvolgt vertalen: (voorbeelden) (NB: Homeros kent nog geen lidwoord dus bij hem bestaat het verschil tussen met en zonder lidwoord nog niet!)
    1. letterlijk
    2. als zelfstandig naamwoord
    3. als betrekkelijke bijzin
  2. er staat geen lidwoord direct voor maar congrueert met een woord of uitdrukking die geen lidwoord heeft, dan kun je het alsvolgt vertalen: (voorbeelden)
    1. met betrekkelijke bijzin
    2. als bijstelling
  3. in alle andere gevallen zonder lidwoord er direct voor mag je net niet met een betrekkelijke bijzin vertalen! Dan is het één van de volgende mogelijkheden (ga uit van de naamval van het participium!) :
    1. het staat in de genitivus bij een ander woord in de genitivus: = genit. absolutus (zie daar)
    2. het staat in de dativus: altijd met * hota-zin vertalen. (voorbeelden)
    3. het staat in de nominativus: dan zijn er twee mogelijkheden: (voorbeelden)
      1. het is aanvulling bij bepaalde werkwoorden
      2. zo niet dan vertalen als * hota-zin
    4. het staat in de accusativus: dan zijn er twee mogelijkheden: (voorbeelden)
      1. aanvulling bij bepaalde werkwoorden (a.c.p.)
      2. zo niet dan vertalen als * hota-zin
  4. particpia voorafgegaan door æj, ¡te etc (voorbeelden)

* hota-zin dwz vertalen met één van de onderstaande bijzinnen:

  • concessief (toegeving): hoewel .....
  • causaal (redegevend): omdat ....
  • temporeel (van tijd): toen, terwijl, wanneer, nadat ....
  • anders ....