poluj, -llh, -u = veel, bij Homeros

M
F
N
 
enkelvoud
nom. poluj, pouluj, polloj pollh, poluj polu, pollon
gen. poleoj pollhj of zie mannelijk zie mannelijk
dat.      
acc. polun, pollon, poulun pollhn of zie mannelijk polu, pollon
 
meervoud
nom. poleej, -eij pollai of zie mannelijk polla
gen. polewn, pollwn pollawn , pollewn of zie mannelijk zie mannelijk
dat. poleessi, -esin, -essi, -lloisi pollVsin of zie mannelijk zie mannelijk
acc. poleij, -eaj pollaj of zie mannelijk polla
Let op: polij = stad heeft bij Hom. overal een -i- of een -h- alleen in de dat ev. is het poleŽ (maar dit komt bij poluj niet voor!)