thematisch praesens/imperfectum activum

AC

P/G

INDIC

ATIVUS

     

 

TIO

 

praesens

imperfectum

CONIUNC

OPTA

IMPERA

INFINITIVUS

D

1.sg

luw

™luon

luw

luoimi

 

luein

U

2.sg

lueij

™luej

luVj

luoij

lue

los te maken

R

3.sg

luei

™lue (n)

luV

luoi

luetw

PARTICIPIUM

A

1.pl

luomen

™luomen

luwmen

luoimen

 

luwn ,ontoj

T

2.pl

luete

™luete

luhte

luoite

luete

luousa

I

3.pl

luousi(n)

™luon

luwsi(n)

luoien

 

luon ,ontoj

VA

vert

ik maak los

ik maakte los

laat ik losmaken

moge ik losm.

maak los

losmakend

    gebruik inf.
    verbuiging ptcp
    vertaling ptcp
Tijd "praesens" (actio durativa)
  • "praesens" (actio durativa)
    • indicativus praesentis drukt tegenwoordige tijd uit
    • indicativus imperfecti drukt verleden tijd uit
    • andere modi drukken zich geen tijd uit of geven gelijktijdigheid aan
Aspect "praesens" (actio durativa)
  • "praesens" (actio durativa) aspect "niet afgesloten"
    • handeling/gebeurtenis/proces is/was nog aan de gang
    • beschrijving van situatie
    • de conatu: "proberen"; uit de tekst blijkt dat het beschrevene nog niet bereikt is/was