thematisch praesens/imperfectum medium/passief dhlow

AC

 

INDIC

ATIVUS

dhlow
   

 

TIO

P/G

praesens

imperfectum

CONIUNC

OPTA

IMPERA

INFINITIVUS

D

1.sg

dhloumai

™dhloumhn

dhlwmai

dhloimhn

 

dhlousqai

U

2.sg

dhloi

™dhlou

dhloi

dhloio

dhlou

duidelijk te maken vz / duidelijk ge-maakt te worden

R

3.sg

dhloutai

™dhlouto

dhlwtai

dhloito

 

PARTICIPIUM

A

1.pl

dhloumeqa

™dhloumeqa

dhlwmeqa

dhloimeqa

 

dhloumenoj

T

2.pl

dhlousqe

™dhlousqe

dhlwsqe

dhloisqe

dhlouesqe

dhloumenh

I

3.pl

dhlountai

™dhlountai

dhlwntai

dhlointo

 

dhloumenon

VA

vert

ik maak duidelijk vm / ik word dui-delijk gemaakt

ik maakte duide-lijk vm / ik werd duidelijk gemaakt

laat ik duidelijk maken vm / laat ik duidelijk ge-maakt worden

moge ik duide-lijk maken vm / moge ik duide-lijk gemaakt worden

maak duidelijk vj

duidelijk makend vz / duidelijk ge-maakt wordend

    gebruik inf.
    verbuiging ptcp
    vertaling ptcp
Bij Herodotos en Homeros zijn veel van de vormen van de verba nog niet samengetrokken.
Tijd "praesens" (actio durativa)
  • "praesens" (actio durativa)
    • indicativus praesentis drukt tegenwoordige tijd uit
    • indicativus imperfecti drukt verleden tijd uit
    • andere modi drukken zich geen tijd uit of geven gelijktijdigheid aan
Aspect "praesens" (actio durativa)
  • "praesens" (actio durativa) aspect "niet afgesloten"
    • handeling/gebeurtenis/proces is/was nog aan de gang
    • beschrijving van situatie
    • de conatu: "proberen"; uit de tekst blijkt dat het beschrevene nog niet bereikt is/was