basiskennis
grieks
basiskennis
syntaxis grieks
heb je al dit griekse font gedownload en geïnstal-leerd in windows\fonts directory?
basiskennis Grieks
verplicht volgens CEVO:

A: te kennen stijlfiguren:
CEVO-lijst met vertaling van de voorbeelden:

stilistica: a-c, d-m, n-z
stilistica extra epos
narratologische begrippen

B: Metrum en Scanderen
C: grammatica per onderdeel:
  1. vormleer
  2. syntaxis
  3. stamtijden
werkwoorden
en stamtijden:

OVERZICHT SYNTAXIS

Hieronder staan de onderdelen van de grammatica (syntaxis) opgesomd, zoals ze voorkomen op de minimumlijst Grieks van het CEVO (Commissie Eindexamen Voortgezet Onderwijs).

Onderwerpen voorzien van een staan niet in de minimumlijst Grieks !!

Congruentie

- congruentie tussen subject en predikaat (inclusief de regel betreffende het neutrum meervoud).
- congruentie tussen subject en predikaatsnomen.
- congruentie tussen adiectivum en substantivum.
- congruentie tussen een predicatieve bepaling en het bepaalde.
- congruentie tussen een pronominaal subject en het predikaatsnomen.

 

Functies van de pronomina:

- het gebruik van de pronomina personalia.
- het gebruik van atÒj en atÒj.
- het gebruik van de pronomina possessiva.
- het gebruik van de pronomina demonstrativa.
- het gebruik van het pronomen relativum j en stij.
-- eenvoudige gevallen van relativum met ingesloten antecedent.
-- relatieve aansluiting
- het gebruik van het pronomen interrogativum t…j en tí (in een directe vraagzin).
- het gebruik van de pronomina reflexiva.
- het gebruik van het pronomen reciprocum.

 

Functies van het lidwoord:

- het ontbreken van het lidwoord bij een predikaatsnomen.
- het gebruik van het lidwoord bij een attributieve bepaling.
- het gebruik van het lidwoord bij eigennamen en algemene zegswijzen.
- het gebruik van het lidwoord waar het Nederlands een bezittelijk voornaamwoord gebruikt.
- substantivering van:
-- infinitivus, voorzetselgroep, adverbium.
-- adiectivum, participium, pronomen possessivum.
- het gebruik van het lidwoord bij paj, mesoj en lloj.
- de verbindingen men...... de en oƒ men........oƒ de.

Functies van de naamvallen:

- standaard gebruik en betekenis.
- nominativus: subject en predikaatsnomen
- genitivus:  attributieve bepaling, possessivus, partitivus ("van")
complement bij bepaalde werkwoorden
obiectivus, subiectivus
comparationis
temporis
separativus ("vanaf")
causae
- dativus: meewerkend voorwerp, commodi/incommodi. ("aan/voor")
complement bij bepaalde werkwoorden
possessivus
ethicus
auctoris
instrumenti, causae ("met/door")
loci, temporis ("in, op")
mensurae
                                   modi
- accusativus: object, inwendig object.
limitationis/respectus
adverbialis
richting
uitgebreidheid
- vocativus

Preposities:

- het gebruik van naamvallen bij preposities.
--- met één naamval
----- met genitivus
----- met dativus
----- met accusativus
--- met genitivus of accusativus
--- met genitivus, dativus of accusativus

Genera verbi:

- activum
- medium: direct reflexief, indirect reflexief, medium tantum
- passivum, ook deponens passivum.

Tempus en aspect:

- tijd: temporele waarde van:
-- praesens, imperfectum, aoristus (indicativus)
-- praesens historicum, perfectum, plusquamperfectum en futurum (indicativus).
- aspect:
-- het "duratieve"aspect van de praesensstam
-- het "factische"aspect van de aoristusstam
-- het "resultatieve" aspect van de perfectumstam
-- aspectwaarde van de praesensstam: conatief, iteratief.
-- aspectwaarde van de aoristusstam: ingressief, perfectief.

De gebruikswijzen van de indicativus:

- zonder n: realis
- met n: irrealis van het heden en verleden.

De gebruikswijzen van de coniunctivus:

- zonder n in de hoofdzin: adhortativus, prohibitivus, dubitativus
- met n in de bijzin: futuralis, generalis.
- zonder n in de bijzin: finalis

De gebruikswijzen van de optativus:

- zonder n in de hoofdzin: vervulbare wens.
- met n in de hoofdzin: potentialis, bescheiden mening of vriendelijk bevel.
- zonder n in de bijzin: obliquus, finalis, potentialis.

De infinitivus en infinitivus-constructies:

- a.c.i.
- infinitivus als subject en object.
- gesubstantiveerde infinitivi zonder subject.
- finaal-consecutieve infinitivus na adiectiva en verba.
- infinitivus en a.c.i. na prin en ste.
- n.c.i.

Het participium en participium-constructies:

- attributief gebruik
- predicatief gebruik, met mogelijkheid van temporele, causale, concessieve en conditionele interpretatie. (hota!)
- het gesubstantiveerde participium.
- het participium futurum met finale interpretatie, al dan niet met j.
- de genitivus absolutus met uitgedrukt subject met mogelijkheid van temporele, causale, concessieve en conditionele interpretatie. (hota!)
- het complementaire participium bij:
-- de verba sentiendi in de ruimste zin des woords, zoals raw, kouw, punqanomai, a„sqanomai.
-- verba affectuum zoals: cairw, domai.
-- procesaanduidende ww. zoals: rcomai, pauomai.
-- de werkwoorden die een wijze van zijn uitdrukken, zoals: tugcanw, lanqanw, fainomai.
-- het werkwoord o„comai.
-- de werkwoorden fqanw en diatelew.

Vraagzinnen:

- directe vragen: nledig, meerledig.
- indirecte vragen: nledig, meerledig.

Bijzinnen:

- relatieve bijzinnen.
- declaratieve bijzinnen, ingeleid door tien j met:
-- indicativus
-- optativus
-- modus, tempus en persoon van de oratio recta
- temporele bijzinnen met:
-- indicativus
-- coniunctivus generalis/iterativus of futuralis met n.
- causale bijzinnen.
- conditionele bijzinnen:
-- realis
-- irrealis
-- potentialis
- consecutieve bijzinnen, ingeleid door ste, met:
-- alle modi om een feit uit te drukken
-- infinitivus of a.c.i. om het bedoelde gevolg uit te drukken.
- concessieve bijzinnen
- finale bijzinnen:
-- finale bijzinnen met coniunctivus en optativus.
-- coniunctivus en optativus na verba timendi en curandi.

Negaties:

- het gebruik en de betekenis van in de hoofd- en bijzinnen.
- het gebruik en de betekenis van mh in de hoofd- en bijzinnen.
- het gebruik en de betekenis van twee of meer ontkenningen die elkaar opheffen of versterken.