Voorzetsels met accusativus

  • ¢mfi, ¢mf'+ acc.
    • om (..heen)
    • omstreeks
    • in samenstellingen: aan beide kanten, om
  • ¢na, ¢n'+ acc.
    • (langs ... )omhoog;
    • verspreid over, in
      • ¢na qumon = in hun hart (Hom. Od. X, 63)
    • overdrachtelijk
    • in samenstellingen: op, omhoog: (de zee) op, (het land) in, terug, wederom
  • e„j, ™j + acc.
    • .... in. naar
      • ™j to o„khma = het vertrek binnen (Her. I, 10; I, 12)
      • ™j thn koithn = naar het bed (Her. I,10)
      • ¢porriptw ™j to mhden = tot niets reduceren (Her. I,32)
    • in (na erin gegaan te zijn)
      • ™j to o„khma = in het vertrek (Her. I, 9)
    • overdrachtelijk
      • ™j a„scunhn megalhn ferei = leidt tot grote schande (Her. I,10)
      • sunebhsan ™j twuto = zij gingen samen naar hetzelfde = zij kwamen overeen (Her. I,10)
      • ™j to pempton ¢pogonon = (wraak zou neerdalen) op het 5e geslacht (Her. I, 13)
    • in samenstelingen: in, naar (binnen)