Voorzetsels met dativus

  • ¡ma + dat.
    • samen met, mee
    • tegelijk met
      • ¡ma de kiqwni ™kduomenJ = tegelijk met het uittrekken van het onderkleed (Her. I,8)
  • ™n, ™ni+ dat.
    • in, bij, op, onder
      • ™n toisi = daaronder (Her.I,8)
      • ™n „ambJ trimetrJ = in een iambische trimeter (Her.I,12)
      • ™n Delfoisi = in Delphi (Her.I,13)
      • ™n Ðploisi ºsan = zij waren onder de wapens, gewapend (Her.I,13)
      • ™n toisi basilhioisi = in het paleis (Her.I,30)
      • ™n pontJ = op zee (Hom. Od. I, 4)
      • nhusin ™ni glafurVsin = in de gewelfde schepen (Hom. Od. IX, 99)
    • overdrachtelijk
      • ™n noJ ™cousa = (lett. in de geest hebben) = van plan zijn (Her. I,10)
    • in samenstellingen: in, nij, erin, erop
  • sun + dat.
    • samen met, met (behulp van)
    • in samenstellingen: samen, mede