Voorzetsels met genitivus, dativus of accusativus

  • ™pi , ™p', ™f' = +gen.
    • op
      • ™p' ºpeirou bhmen = wij gingen op het/ aan land (Hom. Od. IX, 85; X, 56)
    • ten tijde van
  • ™pi , ™p', ™f' = +dat.
    • op, bij, in
      • ™pi cqoni = in/op het land (Hom. Od. IX, 89)
      • ™pi klhisi kaqizon = zij bij de dollen zitten (Hom. Od. IX, 103)
    • (onmiddelijk) na
    • overdrachtelijk:
  • ™pi , ™p', ™f' = +acc.
    • op ... af, naar, tegen
      • ™pi touton qhsei = daarop zal zij leggen (Her. I, 9) {hier + acc. omdat er in het neerleggen beweging zit!}
      • ™pi thn eÙnhn = naar het bed (Her. I,9)
      • ponton ™p' „cquoenta = ..de visrijke zee op (Hom. Od. IX, 83)
      • ™gwn ™pi nhaj ¢gon = ik voerde hen mee naar de schepen (Hom. Od. IX, 98)
      • aÙtij ™p' A„olihn nhson = terug naar het eiland Aiolië (Hom. Od. X, 55)
    • gedurende
      • tou ™p' ¹merhn ™contoj = (dan) hem, die genoeg voor een dag (Her. I,32)
  • ™pi , ™p', ™f' in samenstellingen: op, bij, op...af
  • para , par' = +gen.
    • van (de kant van)
      • dwra par' A„olou = geschenken van de kant van Aiolos (Hom. Od. X, 36)
  • para , par' = +dat.
    • (vlak) bij
      • para toij Ludoisi kai para toisi ¢lloisi = bij de Lydiërs en bij de anderen (Her. I,10)
      • par' ™moi = wat mij betreft, volgens mij (Her. I,32 )
      • qoVj para nhusin = bij de snelle schepen (Hom. Od. IX, 86)
  • para , par'= +acc.
    • naar, langs, bij
      • para 'Amasin... para Kroison= bij Amasis ... bij Kroisos (Her. I,30)
      • para ta ˜bdomhkonta ™tea = bij de 70 jaren (Her. I,32)
    • gedurende
    • tegen, in strijd met
  • para , par' in samenstellingen: bij, langs
  • peri = +gen.
    • over, aangaande
      • peri tou e„deoj = (sprekend) over de schoonheid/ het uiterlijk (Her. I,8)
      • peri seo = over u (Her. I, 30)
      • ¢nqtrwphiwn prhgmatwn pšri = over menselijke aangelegenheden (Her. I, 32)
  • peri = +dat.
    • om, voor
  • peri = +acc.
    • om(heen), omstreeks, jegens
      • min pšri teicoj = rondom dat (eiland is) een muur (Hom. Od. X, 3)
  • peri in samenstellingen: om, over
  • proj = +gen.
    • van .. uit, van/aan de kant van
  • proj = +dat.
    • bij
      • proj toutJ, proj toutoisi = daarbij, bovendien (Her. I,30; I, 32)
  • proj = +acc.
    • naar...toe, tot, tegen
      • ™lege proj ton Gughn = hij zei tegen Gyges (Her. I,8)
  • proj in samenstellingen: bij, naar toe
  • Øpo , Øp', Øf' = +gen.
    • onder (...vandaan)
    • (bij passief ) door
      • Ñfqeisan Øpo seu = gezien door jou (Her. I, 9)
      • Øpo ¢llwn ¢pollusqai = door anderen gedood worden (Her. I, 11)
      • ™xeinizeto Øpo tou Kroisou = hij werd gastvrij onthaald door Kroisos (Her. I, 30)
      • teireto ....Øp' e„resihj ¢legeinhj = werd vermoeid door het pijnlijke roeien (Hom. Od. X, 77)
  • Øpo , Øp', Øf' = +dat.
    • onder
  • Øpo , Øp', Øf' = +acc.
    • onder, naar, tegen
      • Øpo thn aÙt¾n qurhn = tegen/achter dezelfde deur (Her. I, 12)
      • Øpo zuga dhsa = ik bond ze vast onder de roeibanken (Hom. Od. IX, 99)
  • Øpo , Øp', Øf' in samenstellingen: onder, langzaam, heimelijk