CEVO minimumlijst
latijn
vereiste minimumkennis miv 2011:
Bijzinnen van doel (finale bijzinnen)

Finake bijzinnen

Bijzinnen van doel (finale bijzinnen): zijn bijzinnen, die een doel of wens uitdrukken, ze staan in de coniunctivus en worden ingeleid door:

    • ut + coni. = (op)dat, om te
      • ut ... legatos separatim .. divideret daretque operam = (op)dat hij de gezanten afzonderlijk verdeelde/moest verdelen en zich moeite gaf/moest geven
    • ne + coni. = (op)dat niet, om niet te
      • ne quod iis conloquium inter se neve quae communicatio consilii esset = dat er niet enig gesprek voor hen onderling was en niet enige mogelijkheid om plannen uit te wisselen.
    • neve, neu + coni. = en (op)dat niet, en om niet te
    • quo + coni. =
      • opdat (daardoor), om (daardoor)
        • ferrum, quo se tutari ..possent = een zwaard opdat zij zich daarmee konden verdedigen
      • bij comparativi: opdat des te, om des te
  • Verba timendi : let op: na werkwoorden van vrezen
    • (timeo / metuo / vereor) ne + coni. = ik vrees dat
      • magistratus et principes veriti, ne quem motum = De magistraten en voornaamsten, uit vrees/vrezend dat een of andere beweging
      • quae vereor ne vana ..cecinerim = waarvan ik vrees dat ik ze vergeefs ..gezongen heb
    • (timeo / metuo / vereor) ne non + coni. = ik vrees dat niet
  • Verba impediendi: let op: na werkwoorden van verhinderen en weigeren:
    • ne / quominus + coni. = dat
    • quin / quominus + coni. = na ontkennende hoofdzin = dat
      • impedio ne = ik verhinder dat
      • prohibeo ne = ik verhinder dat
      • recuso ne = ik weiger dat
      • non impedio quin = ik verhinder niet dat
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

 

Latijnse syntaxis

  1. vormleer: deze behandelt de vormen, verbuiging en vervoeging van de verschillende woordsoorten
  2. syntaxis: deze behandelt het vormen van structuur in zinnen en van zinsverband
  3. stilistica
    1. speciaal Seneca
    2. algemeen:
      1. a - b
      2. c - m
      3. n - z
      4. narratologie

xxx

Syntaxis per onderdeel:

  1. participium
  2. ablativus absolutus.
  3. gerundi(v)um
  4. infinitivus constructies
  5. vraagzinnen
  6. modi in hoofdzin
  7. modi in bijzinnen
    1. van doel
    2. van oorzaak/reden
    3. vergelijkende
    4. van toegeving
    5. van voorwaarde
    6. van gevolg
    7. betrekkelijke
    8. van tijd
  8. nominativus
  9. genitivus
  10. dativus
  11. accusativus
  12. ablativus
  13. vocativus
  14. locativus e.a.