nomen (O) naam

 
enkelvoud
meervoud
nom.
nomen
 
nomin
a
gen.
nomin
is
nomin
um
dat.
nomin
i
nomin
ibus
acc.
nomen
 
nomin
a
abl.
nomin
e
nomin
ibus
voc.
 
 
Basisbetekenissen van de naamvallen: (voor de andere betekenissen klik op de naam van de naamval!
Nominativus: onderwerp, naamwoordelijk deel, bijstelling bij ondw.
Genitivus: van
Dativus: aan, voor, meew. vw.
Accusativus: lijdend voorwerp
Ablativus: vanaf, door, met
Vocativus ( beh. bij -us 2e decl. ev = nom!) aanspreekvorm