CEVO minimumlijst
latijn
vereiste minimumkennis vormleer 2014:
Adiectiva correlativa

Adiectiva correlativa

Let op de eerste letter(s):
Let op het laatste gedeelte:
  • t- = aanwijzend: zó.....
  • qu- =
    • vragend: hoe....?
    • betrekkelijk: zo .....als
  • -alis = -danig (verbogen als fortis)
  • -antus = -groot (verbogen als bonus)
  • -antum (onverbogen) = + gen.sg: -veel
  • -ot (onverbogen) = -veel
in combinatie met elkaar:
  • talis ....qualis = zodanig .... als
  • tantus ...quantus = zo groot ....als
  • tot.....quot / tantum .....quantum = zoveel ....als
  • qualis ....talis = zo(danig) als ..... zodanig ook
  • quantus ...tantus = zo groot als .... zo groot ook
  • quot.....tot / quantum .....tantum = zoveel als ..... zoveel ook

Bijzonderheden:

  • quanto .... tanto + compar. = hoe (zeer) ... des te
  • tantum kan ook bijwoord zijn: slechts
  • aliqu- = tamelijk (groot, veel)
  • qu....cumque = hoe (danig, groot, veel) ook maar

Latijnse grammatica

  1. vormleer: deze behandelt de vormen, verbuiging en vervoeging van de verschillende woordsoorten
  2. syntaxis: deze behandelt het vormen van structuur in zinnen en van zinsverband
  3. stilistica en taaleigen
    1. algemeen:
      1. a - b
      2. c - m
      3. n - z
    2. Ovidius 2014:
      1. metriek
      2. scanderen
      3. taaleigen

Vormleer per onderdeel :

  1. zelfstandige naamwoorden
    1. geslachtsregels
  2. bijvoeglijke naamwoorden
    1. corresponderende
  3. bijwoorden
    1. corresponderende
  4. telwoorden
  5. voornaamwoorden
    1. aanwijzende
    2. onbepaalde
    3. vragende
    4. persoonlijke
    5. bezittelijke
    6. betrekkelijke
  6. verba algemeen
    1. onvoltooid act.
    2. onvoltooid pas.
    3. voltooid. act.
    4. voltooid pas.
  7. deponentia
    1. onvoltooid
    2. voltooid
  8. onregelmatige ww
    1. fio fieri
    2. nolo, volo
    3. sum, possum
    4. eo
    5. fero
  9. stamtijden
    1. gewone
    2. (semi)deponentia