manus hand

 
enkelvoud
meervoud
nom.
man
us
man
us
gen.
man
us
man
uum
dat.
man
ui
man
ibus
acc.
man
um
man
us
abl.
man
u
man
ibus
voc.
 
 

***cornu (N) horen, gewei (behoort niet tot de basiskennis)

 
enkelvoud
meervoud
nom.
corn
u
corn
ua
gen.
corn
us
corn
uum
dat.
corn
u
corn
ibus
acc.
corn
u
corn
ua
abl.
corn
u
corn
ibus
voc.
 
 
Basisbetekenissen van de naamvallen: (voor de andere betekenissen klik op de naam van de naamval!
Nominativus: onderwerp, naamwoordelijk deel, bijstelling bij ondw.
Genitivus: van
Dativus: aan, voor, meew. vw.
Accusativus: lijdend voorwerp
Ablativus: vanaf, door, met
Vocativus ( beh. bij -us 2e decl. ev = nom!) aanspreekvorm