CEVO minimumlijst
latijn
vereiste minimumkennis syntaxis 2014:
Modi in hoofdzinnen

modi in hoofdzinnen

  • Indicativus: gebruikt de spreker of schrijver als hij een handeling of gebeurtenis weergeeft zoals hij, volgens hem, werkelijk gebeurt of gebeurd is.
  • Coniunctivus adhortativus: de spreker of schrijver spoort aan tot een handeling; coni. praesentis; vertaling: laat.., laten ....
  • Coniunctivus prohibitivus: een aansporing om iets niet te doen of een negatief bevel: ne + coni. praesentis of perfecti.
  • Coniunctivus potentialis: de spreker of schrijver stelt een handeling als mogelijk of waarschijnlijk voor; vertaling: (zou)..kunnen; zal misschien wel.
    • heden: coni. praesentis of perfecti.
    • verleden: coni. imperfecti.
  • Coniunctivus irrealis: de spreker of schrijver stelt iets als "niet-werkelijkheid" voor;.: coni. impf. = irrealis van het heden; coni. plqmperf. = irrealis van het verleden.
    • solum hoc tibi, nate, negarem = alleen dit zou ik jou, zoon, geweigerd hebben (Ov. Met. II,52)
    • O, quam cuperes = O, hoe zou je wensen .... (Sen. De Clem.)
  • Deze hoofdzinnen worden vaak vergezeld van een voorwaardelijke bijzin, ingeleid door (ni)si; zie conditionele bijzinnen
  • Coniunctivus optativus: iets wordt als wens voorgesteld: ontkenning: ne
    • vervulbare wens: coni. praesentis, al of niet met utinam.
      • di istos deaeque perdant = mogen de goden en godinnen diegenen (negatieve bijsmaak) te gronde richten (Sen. Helviam X,2)
    • onvervulbare wens: coni. imperfecti of plusquamperfecti, voorafgegaan door utinam
      • Utinam promissa liceret ... non dare = Och was het maar toegestaan het beloofde niet te geven (Ov. Met.II, 51)
  • Coniunctivus dubitativus: drukt twijfel uit; vertaling moet/moeten? alleen in 1e persoon van de coni. praesentis.
    • comissatorem te cum armatis venientem recipiam? = moet ik jou (dan) als feestganger, die met gewapenden komt, ontvangen?
 
 
 
 
 
 
 

 

Latijnse grammatica

  1. vormleer: deze behandelt de vormen, verbuiging en vervoeging van de verschillende woordsoorten
  2. syntaxis: deze behandelt het vormen van structuur in zinnen en van zinsverband
  3. stilistica en taaleigen
    1. algemeen:
      1. a - b
      2. c - m
      3. n - z
    2. Ovidius 2014:
      1. metriek
      2. scanderen
      3. taaleigen

Syntaxis per onderdeel:

  1. participium
  2. ablativus absolutus.
  3. gerundi(v)um
  4. infinitivus constructies
  5. vraagzinnen
  6. modi in hoofdzin
  7. modi in bijzinnen
    1. van doel
    2. van oorzaak/reden
    3. vergelijkende
    4. van toegeving
    5. van voorwaarde
    6. van gevolg
    7. betrekkelijke
    8. van tijd
  8. nominativus
  9. genitivus
  10. dativus
  11. accusativus
  12. ablativus
  13. vocativus
  14. locativus e.a.