CEVO minimumlijst
latijn
vereiste minimumkennis vormleer 2014:
Stilistische middelen c-m

De CvE-minimumlijst vormt het uitgangspunt bij de op het centrale examen gestelde vragen
en bij de annotatie van de ongeziene authentieke tekst.

De CvE gaat ervan uit dat de kandidaten vertrouwd zijn met de volgende stilistische begrippen.

STILISTISCHE BEGRIPPEN (C-M)

Chiasme
Het kruiselings plaatsen van (grammaticaal) gelijkwaardige tekstelementen binnen een zin of binnen opeenvolgende zinnen

Aenean fundantem arces ac tecta novantem
Vertaling:
(hij zag) Aeneas de burcht stichten(d) en de daken vernieuwen(d)/nieuwe huizen bouwend
(Vergilius, Aeneis 4, 260)

NB: chiasme onder elkaar noteren, dan zie je dat ze kruiselings staan, dus:

fundantem arces
  
tecta         novantem

Climax
Een reeks tekstelementen waarvan de inhoud een stijgende lijn in betekenis en/of lengte vertoont

uren, dagen, maanden, jaren,
vliegen als een schaduw heen
(Herman Gorter)

laudat digitos que manus que
bracchia que et nudos media plus parte lacertos ;
Vertaling:
hij prijst en haar vingers en haar handen en haar
onderarmen en haar meer dan de helft ontblote bovenarmen
( Ovidius, Metamorphoses 1, 500-501)

Dramatische ironie
Het procédé waarbij de toeschouwer/lezer meer informatie over de uitgebeelde situatie heeft dan een of meer personage(s) in die situatie

at rex Odrysius, quamvis secessit, in illa
aestuat et repetens faciem motusque manusque
qualia vult fingit quae nondum vidit, et ignes
ipse suos nutrit cura removente soporem.
Lux erat, et generi dextram complexus euntis
Pandion comitem lacrimis commendat obortis:
"Hanc ego, care gener, quoniam pia causa coegit,
et voluere ambae (voluisti tu quoque, Tereu),
do tibi perque fidem cognataque pectora supplex
per superos oro, patrio ut tuearis amore
et mihi sollicitae lenimen dulce senectae
quam primum (omnis erit nobis mora longa) remittas...".

( Ovidius, Metamorphoses 6, 490-501)

Ellips
Het weglaten van één of meer tekstelementen die in de context gemakkelijk aangevuld kunnen worden
Vaak betreft dit het weglaten van een vorm van esse.

Quae .. viae tibi causa? : aan te vullen est = Wat is de reden voor jou van de tocht/reis? (Ov. Met. II, 33)
.............propiusque accedere iussit: aan te vullen eum = ... en beval hem dichterbij te komen. (Ov. Met. II, 41)

Enallagè of hypallagè
Hierbij laat de auteur een bijvoeglijk naamwoord grammaticaal bij een bepaald woord horen, terwijl het inhoudelijk beter bij een ander woord in de zin past.

altae moenia Romae (Vergilius Aeneis I,7)
de muren van het hoge Rome staat voor de hoge muren van Rome .

Ibant obscuri sola sub nocte (Vergilius)
zij liepen duister door de eenzame nacht staat voor zij liepen eenzaam door de duistere nacht

Eufemisme
Het in verzachtende taal weergeven van een negatief beladen begrip

inslapen (= sterven)

civitates, quas .. pacaverat
Vertaling:
de stammen die .... hij had tot vrede gebracht = hij had onderworpen.
(Caesar, De Bello Gallico 7, 65.4)

Hendiadys
Hierbij wordt één begrip aangeduid door twee zelfstandige naamwoorden aan elkaar gekoppeld met "en", in plaats van de gebruikelijke constructie bnijvoeglijk naam woord en zelfstandig naamwoord of twee zelfstandige naamwoorden waarvan er één in de genitivus staat.

ius et moderamen equorum (Ov. Met. II, 48) = het recht en het besturen van > het recht van het/om te besturen van de paarden

Hyperbaton
Het van elkaar scheiden van twee tekstelementen die een grammaticale eenheid vormen
N.B.: de scheiding van de tekstelementen wordt gevormd door tekstelementen die niet met de grammaticale eenheid te maken hebben.

--------------------------------
In nova fert animus mutatas dicere formas
corpora;
Vertaling:
Mijn geest brengt mij ertoe te/wil vertellen over de gedaantes, die veranderd zijn in nieuwe
lichamen:
(Ovidius, Metamorphoses I, 1-2)


---------------------------------------
ad mea perpetuum deducite tempora carmen.
Vertaling:
leidt mijn gedicht zonder onderbreking tot mijn eigen tijd

De dubbele hyperbaton van mea .. tempora en perpetuum ...carmen benadrukt dat de Metamorphoses een ononderbroken vertelling zijn van het begin van de wereld tot de tijd van Ovidius.
(Ovidius, Metamorphoses I, 4)

-------------------------------------------------

Hyperbool
Een sterke overdrijving

Jij bent ontzettend sterk (gezegd tegen een klein kind)

Talia iactanti stridens Aquilone procella
velum adversa ferit, fluctusque ad sidera tollit
Vertaling:
Terwijl hij dergelijke dingen roept stoot een suizende windvlaag uit het Noorden
tegen het zeil, en tilt de golven op tot de sterren
(Vergilius, Aeneis 1, 102-103)

In/Opvoeren van een fictieve opponent:
Om zijn betoog te verduidelijken laat de schrijver een fictief iemand een tegenwerping maken of iets te berde brengen.

Dicet aliquis : «  Quid mihi prodest philosophia, si fatum est ?
t/m
aut consilio meo nihil fortuna permittit. »
(Seneca, ad Lucilium epistula 16, 4)


Ironie

Opmerking waarbij spottend het tegendeel naar voren wordt gebracht van wat eigenlijk wordt bedoeld

Grapjas! (gezegd tegen iemand die een vervelende streek heeft uitgehaald)

...hic insidiator...
...deze struikrover...
(bedoeld is Milo, terwijl Cicero juist probeert aan te tonen dat hij zeker niet degene is die de aanval heeft geopend)
(Cicero, Pro Milone 28)

Litotes
Het ontkennen van een begrip met als doel het tegendeel te benadrukken

.................... haud infitianda parenti = ............ is niet te loochenen = moet zeker erkend worden door de/zijn vader
(Ov. Met. II, 34)



Metafoor

Vorm van beeldspraak waarbij alleen het beeld (= persoon/zaak waarmee vergeleken wordt) wordt genoemd (dus zonder als, zoals, gelijk aan etc.)  

Het kleine vee, dat de lucht afweidt
(Herman Gorter)


At regina gravi iamdudum saucia cura
vulnus alit venis et caeco carpitur igni
.
Vertaling:
Maar de koningin reeds lang gewond door een pijnlijke liefde (zorg)
voedt de wond in haar aderen en wordt verteerd door het onzichtbare vuur.
(Vergilius, Aeneis 4, 1-2)

 

Metonymia
een soort beeldspraak waarbij datgene wat feitelijk bedoeld wordt niet rechtstreeks genoemd wordt, maar aangeduid met behulp van een door aanrakingspunten nauw verbonden begrip. Het in dit verband gebruikte alternatieve woord verwijst dus niet naar zijn eigen referent, maar naar iets wat daarmee nauw verbonden is. Anders gezegd: het over één kam scheren van het beeld en de bijbehorende referent gebeurt niet zoals bij andere vormen van beeldspraak op grond van overeenkomst, maar op grond van relatie.
We onderscheiden hierbij de volgende categorieën:
  • abstractum pro concreto
  • naam van een god i.p.v. zijn/haar invloedssfeer
  • materiaal/stof i.p.v. voorwerp
  • pars pro toto (zie daar)
 

Latijnse grammatica

  1. vormleer: deze behandelt de vormen, verbuiging en vervoeging van de verschillende woordsoorten
  2. syntaxis: deze behandelt het vormen van structuur in zinnen en van zinsverband
  3. stilistica en taaleigen
    1. algemeen:
      1. a - b
      2. c - m
      3. n - z
    2. Ovidius 2014:
      1. metriek
      2. scanderen
      3. taaleigen

Vormleer per onderdeel :

  1. zelfstandige naamwoorden
    1. geslachtsregels
  2. bijvoeglijke naamwoorden
    1. corresponderende
  3. bijwoorden
    1. corresponderende
  4. telwoorden
  5. voornaamwoorden
    1. aanwijzende
    2. onbepaalde
    3. vragende
    4. persoonlijke
    5. bezittelijke
    6. betrekkelijke
  6. verba algemeen
    1. onvoltooid act.
    2. onvoltooid pas.
    3. voltooid. act.
    4. voltooid pas.
  7. deponentia
    1. onvoltooid
    2. voltooid
  8. onregelmatige ww
    1. fio fieri
    2. nolo, volo
    3. sum, possum
    4. eo
    5. fero
  9. stamtijden
    1. gewone
    2. (semi)deponentia