CEVO minimumlijst
latijn
vereiste minimumkennis syntaxis 2014:
Bijzinnen van tijd (temporele bijzinnen)

Temporele bijzinnen

Temporele bijzinnen: geven een tijdsbepaling aan, staan in de indicativus (meestal) of soms ook in de coninuctivus en ze worden ingeleid door:

  • ubi (primum), ut (primum) + ind. = zodra als, toen
    • ubi celeritate vinci senserunt = toen zij merkten dat in snelheid overtroffen werden
    • ut Punicus cultus habitusque suspectos legatos fecit = toen de Punische kleding en houding de gezanten verdacht maakte
  • postquam + ind. perf. = nadat
  • cum + ind. = wanneer, terwijl
  • cum + coni. = toen, nadat ( zie ook causale en concessieve bijzinnen)
    • cum quaereret qui et unde et quo tenderent cursum, = toen hij vroeg wie (zij waren) en vanwaar en waarheen zij koers zetten.
  • priusquam/antequam + ind. = voordat
  • dum + ind. = terwijl, zolang als, totdat
  • dum + coni. = opdat/met de bedoeling dat intussen
  • cum primum / simul (ac) + ind. perf. = zodra als
 
 
 
 
 
 
 

 

 

 

 

 

 

 

Latijnse grammatica

  1. vormleer: deze behandelt de vormen, verbuiging en vervoeging van de verschillende woordsoorten
  2. syntaxis: deze behandelt het vormen van structuur in zinnen en van zinsverband
  3. stilistica en taaleigen
    1. algemeen:
      1. a - b
      2. c - m
      3. n - z
    2. Ovidius 2014:
      1. metriek
      2. scanderen
      3. taaleigen

Syntaxis per onderdeel:

  1. participium
  2. ablativus absolutus.
  3. gerundi(v)um
  4. infinitivus constructies
  5. vraagzinnen
  6. modi in hoofdzin
  7. modi in bijzinnen
    1. van doel
    2. van oorzaak/reden
    3. vergelijkende
    4. van toegeving
    5. van voorwaarde
    6. van gevolg
    7. betrekkelijke
    8. van tijd
  8. nominativus
  9. genitivus
  10. dativus
  11. accusativus
  12. ablativus
  13. vocativus
  14. locativus e.a.