indicativus futurum exactum activum

  vocavisse terruisse texisse audivisse cepisse fuisse potuisse
a-stammen
e-stammen.
medekl. stam
i-stammen
gem. stam .
onr.
onr.
F vocav ero terrue ero tex ero audiv ero cep ero fu ero potu ero
U vocav eris terrue eris tex eris audiv eris cep eris fu eris potu eris
T vocav erit terrue erit tex erit audiv erit cep erit fu erit potu erit
E vocaverimus terrueerimus texerimus audiverimus cep erimus fu erimus potuerimus
X vocav eritis terrue eritis tex eritis audiv eritis cep eritis fu eritis potu eritis
A vocav erint terrue erint tex erint audiv erint cep erint fu erint potu erint
ik zal geroepen hebben ik zal bang gemaakt hebben ik zal bedekt hebben ik zal gehoord hebben ik zal genomen hebben ik zal geweest zijn ik zal gekund hebben
   Twee werkwoorden hebben de vorm/vervoeging van een perfectum en de betekenis van van een praesens:
     memini = ik herinner mij 
     odi = ik haat