CvE minimumlijst
latijn
vereiste minimumkennis vormleer 2015:
Stilistische middelen n-z

De CvE-minimumlijst vormt het uitgangspunt bij de op het centrale examen gestelde vragen
en bij de annotatie van de ongeziene authentieke tekst.

De CvE gaat ervan uit dat de kandidaten vertrouwd zijn met de volgende stilistische begrippen.

STILISTISCHE BEGRIPPEN (N-Z)

Paradox :
schijnbare tegenstelling

Parallellie

Identieke opbouw van tekstelementen in opeenvolgende (delen van) zinnen

          arbor ibi niveis uberrima pomis ,
ardua morus, erat, gelido contermina fonti
.
Vertaling:
               er was daar een boom zeer rijk beladen met sneeuwwitte vruchten,
een hoge moerbeiboom, grenzend aan een ijskoude bron.
( Ovidius, Metamorphoses 4, 89-90)

Pars pro toto
Het noemen van een deel in plaats van een geheel


quaerenti et tectis urbis sine fine furenti
Vertaling:
zoekend en eindeloos langs de daken van de stad razend
tectis
i.p.v. domibus (daken ipv huizen)
(Vergilius, Aeneis 2, 771)

Pathos
Het opwekken van betrokkenheid bij of medelijden met het personage bij de toehoorder of lezer

"Pyrame," clamavit, "quis te mihi casus ademit?
Pyrame, responde! tua te carissima Thisbe
nominat; exaudi vultusque attolle iacentes!"
Vertaling:
"Pyramus,' riep zij "welk ongeval heeft jou aan mij ontnomen?
Pyramus, antwoord! Jouw allerliefste Thisbe roept jou
bij je naam: hoor me en til je liggende oogleden op!"
( Ovidius, Metamorphoses 4, 142-144)

Personificatie
Een personificatie is een vorm van beeldspraak waarbij levenloze zaken, niet-menselijke levensvormen of abstracte begrippen menselijke eigenschappen krijgen toegeschreven of waarbij ze als een (levend) persoon worden opgevoerd.

Pyramus en Thisbe spreken tegen de muur alsof hij een persoon is:

"invide" dicebant "paries, quid amantibus obstas?

quantum erat, ut sineres toto nos corpore iungi

aut, hoc si nimium est, vel ad oscula danda pateres?

nec sumus ingrati: tibi nos debere fatemur,

quod datus est verbis ad amicas transitus auris."

Vertaling:
zeiden ze: "Jaloerse muur, waarom sta jij geliefden in de weg?
Hoe weinig moeite zou het zijn, om toe te staan dat wij met ons hele lichaam verbonden worden,
of, als dat te veel (moeite) is, tenminste open te staan om kusjes te geven!
Maar wij zijn niet ondankbaar, wij bekennen dat wij het aan jou te danken hebben,
dat er een doortocht gegeven is aan de woorden naar de oren van de geliefde."
(Ovidius, Metamorphoses 4, 73-77)

Polysyndeton
Het opsommen van minstens drie tekstelementen met voegwoorden

....laudat digitos que manus que         
bracchia que et nudos media plus parte lacertos;
Vertaling:
hij prijst en haar vingers en haar handen en haar
onderarmen, en haar meer dan de helft ontblote bovenarmen:
( Ovidius, Metamorphoses 1, 500-501)

Prospectieve elementen
Het inlassen van een handeling of mededeling die vooruitloopt op / een aankondiging is van iets dat in de toekomst gaat gebeuren (flash-forward)

dedit oscula nato
non iterum repetenda suo
Vertaling:
Dan geeft hij aan zijn zoontje kussen,
- nooit meer door hem te herhalen!

(Ovidius, Metamorphoses 8, 211-212)

Raamvertelling
Verhaal dat als een kader één of meer andere verhalen omsluit

Retorische vraag

Een vraag waarbij het niet de bedoeling van de vragensteller is dat er een antwoord gegeven wordt, maar waarbij een sterke bewering of aansporing tot uiting komt

Wie ziet niet soms zich liggen in de kist,
geroerd, dat zoveel schoons moest ondergaan?
Wie hoort uit 't graf niet roemen, stil voldaan,
deugden die buiten hem geen stervling wist?
( J.A. Dèr Mouw)

Quo usque tandem abutere, Catilina, patientia nostra? quam diu etiam furor iste tuus nos eludet? quem ad finem sese effrenata iactabit audacia? ....
Vertaling:
Tot welk punt eigenlijk zul jij, Catilina, ons geduld misbruiken? Hoe lang nog zal die waanzin van jou met ons de draak steken? Tot welk uiterste zal jouw teugelloze overmoed zich verheffen?
( Cicero, In Catilinam 1, 1)

Retrospectieve elementen
Het inlassen van een handeling of mededeling die terugwijst naar iets dat is gebeurd (flash-back)

Stipes erat quem, cum partus enixa iaceret
Thestias, in flammam triplices posuere sorores ;
t/m
Ille diu fuerat penetralibus abditus imis

Servatusque tuos, iuvenis, servaverat annos.
(Ovidius, Metamorphoses 8, 451-459)


Sententia

Een kernachtige uitspraak met een boodschap

Oost West, thuis best

homines, dum docent, discunt
Vertaling:
mensen leren, terwijl zij onderwijzen
(Seneca, ad Lucilium epistula 7, 8)

Trikolon
Opbouw van een zin in drie elementen met een vrijwel identieke zinsstructuur

nec mora; quod pontus, quod terra, quod educat aer.
Vertaling:
zonder uitstel (eist zij op) wat de zee, wat de aarde, wat de lucht voortbrengt.
( Ovidius, Metamorphoses 8, 830)

Vergelijking
Vorm van beeldspraak waarbij afgebeelde en beeld beide worden genoemd
(dus met: als, zoals, gelijk aan etc.)

1 afgebeelde (= persoon/zaak die vergeleken wordt)

2 beeld (= persoon/zaak waarmee vergeleken wordt)

3 punt van vergelijking of tertium comparationis (= het aspect waarin afgebeelde en beeld overeenkomen)

                                           cruor emicat alte
non aliter, quam cum vitiato fistula plumbo
scinditur et tenui stridente foramine longas
eiaculatur aquas atque ictibus aera rumpit
Vertaling:
                                              het bloed spoot hoog op,
niet anders dan wanneer een waterleidingbuis omdat het lood verrot is
scheurt/springt en door een sissende kleine opening lange
waterstralen naar buiten werpt en met stoten de lucht doorbreekt,
( Ovidius, Metamorphoses 4, 121-124)

Vertelperspectief
Het gezichtspunt van waaruit de auteur het verhaal presenteert

Verteltempo

De verhouding tussen verteltijd en vertelde tijd

Versnelling: verteltijd is korter dan vertelde tijd
Vertraging: verteltijd is langer dan vertelde tijd
                  Verteltijd Tijd die gebruikt wordt om het verhaal te vertellen
                  Vertelde tijd De tijd die de (vertelde) gebeurtenissen in werkelijkheid in beslag nemen

Vertellerscommentaar
Het (terloops) leveren van commentaar op gebeurtenissen of personages door de auteur, gericht tot de toeschouwer/lezer/luisteraar

id vitium nulli per saecula longa notatum
quid non sentit amor? primi vidistis amantes
et vocis fecistis iter, tutaeque per illud
murmure blanditiae minimo transire solebant.

Vertaling:
deze fout/dit gebrek eeuwenlang door niemand opgemerkt
hebben jullie ( wat merkt de liefde niet?) als eersten gezien, geliefden,
en gemaakt tot een doortocht voor de stem; en daardoor heen plachten veilig
jullie lieve woordjes met zeer zacht gefluister te gaan.

(Ovidius, Metamorphoses 4, 66-69)

Woordplaatsing
aan het begin / einde van een regel / zin:
woorden voor- of achteraan een zin of regel krijgen nadruk

In nova fert animus mutatas dicere formas
corpora;
Vertaling:
Mijn geest brengt mij ertoe te/wil vertellen over de gedaantes, die veranderd zijn in nieuwe
lichamen:
Bovendien staat corpora in enjambement dit en de plaatsing van zowel in nova als corpora vooraan
(het gehele werk) en ook nog in hyperbaton benadrukt dat metamorphoses (gedaanteveranderingen) het onderwerp van het hele werk zijn.
(Ovidius, Metamorphoses 1, 1-2)

Eurydicen que suam iam tuto respicit Orpheus
Vertaling:
en eindelijk kijkt Orpheus veilig om naar zijn Eurydice
( Ovidius, Metamorphoses 11, 66)


 

Latijnse grammatica

  1. vormleer: deze behandelt de vormen, verbuiging en vervoeging van de verschillende woordsoorten
  2. syntaxis: deze behandelt het vormen van structuur in zinnen en van zinsverband
  3. stilistica en taaleigen
    1. algemeen:
      1. a - b
      2. c - m
      3. n - z

Vormleer per onderdeel :

  1. zelfstandige naamwoorden
    1. geslachtsregels
  2. bijvoeglijke naamwoorden
    1. corresponderende
  3. bijwoorden
    1. corresponderende
  4. telwoorden
  5. voornaamwoorden
    1. aanwijzende
    2. onbepaalde
    3. vragende
    4. persoonlijke
    5. bezittelijke
    6. betrekkelijke
  6. verba algemeen
    1. onvoltooid act.
    2. onvoltooid pas.
    3. voltooid. act.
    4. voltooid pas.
  7. deponentia
    1. onvoltooid
    2. voltooid
  8. onregelmatige ww
    1. fio fieri
    2. nolo, volo
    3. sum, possum
    4. eo
    5. fero
  9. stamtijden
    1. gewone
    2. (semi)deponentia