CvE minimumlijst
latijn
vereiste minimumkennis vormleer 2016:
Stamtijden
De volgende stamtijden en de daarvan afgeleide composita (samenstellingen) worden bekend verondersteld.
Vormen met een asterisk ( * ) zijn volledigheidshalve opgenomen, maar worden niet bekend verondersteld.
praesens perf act ppp betekenis
accipio 3 accepi acceptum ontvangen, aannemen
ago 3 egi actum voeren,drijven; doen, verrichten;
aperio 4 aperui apertum openen
aspicio 3 aspexi aspectum kijken naar, aanschouwen
aufero (auferre) abstuli ablatum wegdragen, wegbrengen
cado 3 cecidi casum* vallen, sneuvelen
caedo 3 cecidi caesum vellen, doden
capio 3 cepi captum pakken, nemen
cedo 3 cessi cessum* (weg)gaan, wijken
censeo censui censum schatten; menen, besluiten
cerno 3 crevi cretum* onderscheiden, zien
claudo 3 clausi clausum sluiten
cogo 3 coegi coactum dwingen; bijeenbrengen
colo 3 colui cultum bebouwen; verzorgen; (ver)eren
comprehendo 3 comprehendi comprehensum vastpakken; begrijpen
consulo 3 consului consultum beraadslagen; raadplegen; +dat. zorgen voor
credo 3 credidi creditum* geloven, (toe)vertrouwen
cresco 3 crevi cretum* groeien
cupio 3 cupivi cupitum* verlangen, begeren
curro 3 cucurri   rennen
decerno 3 decrevi decretum besluiten
defendo 3 defendi defensum verdedigen, beschermen
desero 3 deserui desertum verlaten, in de steek laten
dico 3 dixi dictum zeggen
disco 3 didici   leren, leren kennen, vernemen
divido 3 divisi divisum verdelen, scheiden van (+ abl)
do 1 dedi datum geven
doceo docui doctum* onderwijzen, leren
duco 3 duxi ductum leiden, brengen
emo 3 emi emptum kopen
eo (ire) ii   gaan
facio 3 feci factum maken; doen
fero (ferre) tuli latum dragen, brengen; verdragen
flecto 3 flexi flexum buigen
fluo 3 fluxi fluxum* stromen
frango 3 fregi fractum breken
fugio 3 fugi   vluchten
gero 3 gessi gestum dragen; (oorlog) voeren
haereo haesi haesum* vast blijven zitten, kleven
iaceo iacui   liggen
iacio 3 ieci iactum gooien
instruo 3 instruxi insructum iets uitrusten; opstellen; onderrichten
intellego 3 intellegi intellectum begrijpen
interficio 3 interfeci interfectum doden
iubeo iussi iussum bevelen
iungo 3 iunxi iunctum verbinden
iuvo 1 iuvi iutum helpen
lego 3 legi lectum verzamelen; kiezen; lezen
maneo mansi   blijven, wachten (op); te wachten staan
metuo 3 metui   vrezen, bang zijn
misceo miscui mixtum (ver)mengen
mitto 3 misi missum zenden, sturen
moveo movi motum bewegen, verplaatsen
nolo (nolle) nolui   niet willen
nosco 3 novi notum* leren kennen
pario 3 peperi partum* voortbrengen
pello 3 pepuli pulsum (ver)drijven
peto 3 peti(v)i petitum vragen; streven naar; gaan naar, afgaan op
pono 3 posui positum plaatsen, neerleggen
posco 3 poposci   eisen, vragen
possum (posse) potui   kunnen
premo 3 pressi pressum drukken; in moeilijkheden brengen
quaero 3 quaesivi quaesitum zoeken; vragen, informeren naar
rapio 3 rapui raptum grijpen, roven
rego 3 rexi rectum* leiden; regeren
relinquo 3 reliqui relictum verlaten, achterlaten
respondeo respondi responsum antwoorden
rideo risi risum* lachen
rumpo 3 rupi ruptum breken
ruo 3 rui rutum* zich in iets storten, snellen; instorten
scribo 3 scripsi scriptum schrijven
sedeo sedi sessum* zitten
sentio sensi sensum voelen, bemerken; menen, denken
sino 3 sivi situm (toe)laten
sisto 3 stiti statum* doen staan, plaatsen; doen stilstaan, tegenhouden;
solvo 3 solvi solutum losmaken; betalen
statuo 3 statui statutum stellen; vaststellen; besluiten
sto 1 steti statum* staan
struo 3 struxi structum bouwen; opstellen; beramen
suadeo suasi suasum aanraden
sum (esse) fui   zijn
sumo 3 sumpsi sumptum nemen
surgo 3 surrexi surrectum zich oprichten, opstaan, opstijgen
tango 3 tetigi tactum aanraken
tego 3 texi tectum bedekken, beschermen
teneo tenui tentum* (vast)houden
tollo 3 sustuli sublatum optillen, opheffen
traho 3 traxi tractum trekken
tremo 3 tremui   trillen, beven
veho 3 vexi   vervoeren;
venio veni   komen
verto 3 verti   draaien, wenden; veranderen
video vidi visum zien
vinco 3 vici victum overwinnen, overtreffen
vivo 3 vixi   leven
volo (velle) volui   willen
volvo 3 volvi volutum wentelen

Latijnse grammatica

  1. vormleer: deze behandelt de vormen, verbuiging en vervoeging van de verschillende woordsoorten
  2. syntaxis: deze behandelt het vormen van structuur in zinnen en van zinsverband
  3. stilistica en taaleigen
    1. algemeen:
      1. a - b
      2. c - m
      3. n - z
      4. narratologie
      5. argumentatie
    2. taaleigen epos
      1. bijzonderheden
      2. metrum.doc
      3. metrum.htm
      4. scanderen.doc
      5. scanderen.htm

Vormleer per onderdeel :

  1. zelfstandige naamwoorden
    1. geslachtsregels
  2. bijvoeglijke naamwoorden
    1. corresponderende
  3. bijwoorden
    1. corresponderende
  4. telwoorden
  5. voornaamwoorden
    1. aanwijzende
    2. onbepaalde
    3. vragende
    4. persoonlijke
    5. bezittelijke
    6. betrekkelijke
  6. verba algemeen
    1. onvoltooid act.
    2. onvoltooid pas.
    3. voltooid. act.
    4. voltooid pas.
  7. deponentia
    1. onvoltooid
    2. voltooid
  8. onregelmatige ww
    1. fio fieri
    2. nolo, volo
    3. sum, possum
    4. eo
    5. fero
  9. stamtijden
    1. gewone
    2. (semi)deponentia