CvE minimumlijst
latijn
vereiste minimumkennis vormleer 2016:

Naast de CvE minmumlijst worden bij het centrale examen 2016 zowel bij de vragen als de annotatie ook nog onderstaande verschijnselen bekend verondersteld.
N.B. Begrippen met worden niet bekend verondersteld.

Scanderen Latijn

Scanderen is het zetten van een ¾ op een lange lettergreep of een È op een korte lettergreep en het aangeven van de versvoeten met / en een ictus ' op de eerste lange van een versvoet.

 De lengte van een lettergreep wordt bepaald door de klinker of tweeklank die in elke lettergreep moet zitten: is de klinker kort dan is de lettergreep kort, is die lang dan de lettergreep lang.

 Een klinker is van zichzelf (van nature) lang of kort; maar lang of kort kan ook bepaald worden door de plaatsing (door positie), dit geeft soms aanleiding tot aanpassing van woorden of plaatsing "metri causa" (terwille van het metrum).

Van nature zijn klinkers: (d.w.z. mits een klinker niet gevolgd wordt door meer dan één medeklinker of een andere klinker):

·        kort of lang: alle klinkers: a, e, i, o, u

Let op: het is moeilijk in deze gevallen te zien of een klinker lang of kort is! Je zult het dan uit het metrum moeten opmaken of in het woordenboek nakijken.
In bepaalde gevallen is het heel handig te weten of een klinker lang of kort is, vanwege betekenisverschil.

·        lang: de tweeklanken: ae: (Aeneas), oe: (Oedipous), au: (audire), eu: (Europa), let op deze kan ook e-u zijn : (deus)

o   let op: ei = e-i : ( ei, dei), maar ej in vormen als eius.  Wel tweeklank in de uitroep ei (ach, wee)

o   ui is altijd u-i: (ruit, fluit, fuit)

 Door positie (d.w.z. afhankelijk van door welke medeklinkers of klinkers een klinker gevolgd wordt) gelden klinkers als: 

·        lang:

o   als een klinker gevolgd wordt door 2 of meer medeklinkers geldt de lettergreep als lang.

§  de h  geldt niet als medeklinker

§  qu (kw) geldt als één medeklinker.

§  x geldt als twee medeklinkers.

·        kan als lang gelden maar ook kort blijven:

o   muta cum liquida: als een klinker gevolgd wordt door slechts twee medeklinkers die  bestaan uit een muta gevolgd door een liquida dan hoeft de voorafgaande lettergreep niet lang te zijn:

o   muta zijn: c en g, p en b, d en t..

o   liquida zijn: de medeklinkers uit het woord molenaar: m, l, n. r.

§  Dit is het makkelijkst te herkennen door als je twee medeklinkers ziet, te kijken of de tweede medeklinker een liquida is!!

·        is van nature lang maar kan ook als kort gelden:

o   "vocalis ante vocalem corripitur": als een lange klinker of tweeklank gevolgd wordt door een andere klinker dan kan die lange klinker of tweeklank als kort gelden.

 

ELISIE: als een woord op een klinker of m eindigt en het volgende woord met een klinker of h- begint, dan telt voor het metrum de slotlettergreep niet mee. Is het tweede woord est, dan telt de e van est niet mee!!

o   vb. Ov. Met. IV, 71: Saepe, ubi geldt voor het metrum als: Saep', ubi

o   vb. Ov. Met. IV, 74: Quantum erat geldt voor het metrum als: Quant' erat

o   vb. Ov. Met. IV, 74: nimium est geldt voor het metrum als: nimium 'st

 Hoe pak ik het scanderen aan?

Begin bij het scanderen (d.w.z. het zetten van ¾ en È ) met de lettergrepen die zeker zijn:

·        de eerste lettergreep is altijd lang met ictus

·        de laatste versvoet bestaat altijd maar uit 2 lettergrepen: ¾x

·        de voorlaatste versvoet (5e) is (bijna) altijd ¾ÈÈ

·        kijk dan welke lettergrepen zeker lang of kort zijn

·        vul dan in wat je over hebt en let daarbij op de onmogelijkheden:

o   de volgende combinaties kunnen niet voorkomen:

§  een versvoet kan nooit beginnen met een È

§  Onmogelijke combinaties zijn ook: ÈÈÈ en ¾È¾

 

Zo nodig kun je het woordenboek raadplegen.

Latijnse grammatica

  1. vormleer: deze behandelt de vormen, verbuiging en vervoeging van de verschillende woordsoorten
  2. syntaxis: deze behandelt het vormen van structuur in zinnen en van zinsverband
  3. stilistica en taaleigen
    1. algemeen:
      1. a - b
      2. c - m
      3. n - z
      4. narratologie
      5. argumentatie
    2. taaleigen epos
      1. bijzonderheden
      2. metrum.doc
      3. metrum.htm
      4. scanderen.doc
      5. scanderen.htm

Vormleer per onderdeel :

  1. zelfstandige naamwoorden
    1. geslachtsregels
  2. bijvoeglijke naamwoorden
    1. corresponderende
  3. bijwoorden
    1. corresponderende
  4. telwoorden
  5. voornaamwoorden
    1. aanwijzende
    2. onbepaalde
    3. vragende
    4. persoonlijke
    5. bezittelijke
    6. betrekkelijke
  6. verba algemeen
    1. onvoltooid act.
    2. onvoltooid pas.
    3. voltooid. act.
    4. voltooid pas.
  7. deponentia
    1. onvoltooid
    2. voltooid
  8. onregelmatige ww
    1. fio fieri
    2. nolo, volo
    3. sum, possum
    4. eo
    5. fero
  9. stamtijden
    1. gewone
    2. (semi)deponentia